Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WO R. — WRE.

hem; —, v. a. van den worm snyden,aftrekken (de lading: van een kanon); ondermijnen, bekleeden, trentten; (out) uitgraven, uitstooten, v. n. kruipen, wurmen, knagen; to — one'a aelf Info, zich indraaien, inwerken; to — n tprrct ont of one, iemand een geheim ontwringen; — iike, a. wormachtig; —y, a. wormig, kruipend.

Worr Ier (icórig), 8. plager, kwelgeest; —y, s. verwarring, onrust, gejaagdheid; —, v. a. plagen, kwellen, rukken, scheuren.

Worie (tcv*), a. & ad. slechter, erger; — and —, hoe langer hoe slechter (erger); «o much tl»© des te erger; the — fop wenr, versleten; tl»e — fop drink (liquop), dronken; for better op —, op goed geluk af; to get the — of it, het onderspit delven; to be none the —, er niet erger aau toe zijn.

Worahip (tcóéip), s. vereering, aanbidding, eerbewijzing, waardigheid, eer, Eerwaarde, Edelachtbare; House op Place of —, kerk, bedehuis; —, v. a. & n. vereeren, aanbidden; —fnl, a. eerwaardig, achtbaar; —fnlly, ad. eerbiedig; —pep, s. vereerder, aanbidder.

Wop»t (temt), a. & ad. slechtst, ergst; —, s. (het) ergste; at (the) —, in het ergste geval; do youp —, doe wat ge niet laten kunt; If — coines to the —, mocht het ergste gebeuren; to get the — of It, het onderspit delven; to l>e at the —, op sterven, op het uiterste liggen; —, v. a.overweldigen, verergeren; to be —ed, het onderspit delven, verslagen worden.

Worated twu*tid), s. sajet; —, a, sajetten, wollen;^—needie, stopnaald.

Wort (icnt), s. kruid, kool, ongegist bier,

Worth (tevth), g. waarde, prijs, verdienste, waardij ; money enn buy money'a —, voor geld is alles te koop; —, a. waard, waardig; to be — one's unit, den kost waard zijn; whnt Is »he — ? hoeveel bezit zU 1 to be — n inlllloii, een vermogen van een millioen bazitten; — reatling. lezenswaardig; — aeeing. bezienswaardig; — while, de moeite waard; —lens, a. zonder waarde,niets waardig; —leaaneaa,s. onwaarde, onwaardigheid; —, v. n. zijn, gebeuren, in de uitdrukking: woe worth the day, wee den dagl

Worth ily (tróthili), ad. —y, a. waardig; (of) verdienstelijk, edel, voortreffelijk; — ineaa, s. waardigheid, verdienstelijkheid; —y, s. verdienstelijk (uitstekend) man, held.

Wol (tcot), v. n. weten; God —, God weet het.

Would (wild), v, n. zie Wlll, wilde, zoude, wenschte; — to God, gave God; —be, o. gewaand, zich noemend; —be frlend, gewaande vriend; — be aportauian, zondagsjager.

Wound (iound), s. wond; — -fever, wondkoorts; —-wort, wond kruid; —, v. a. wonden, kwetsen; —er, s. verwonder; —les*, a. ongekwetst.

Wove-paper (tcouv-peip9), s. velijn-papier.

Wraltli (reith), s. geestverschijning vóór iemands dood of kort daarna; schim.

Wrangle (ra')\g,l), s. twist, krakeel; —, ▼. n. twisten, krakeelen (for, 01»);—r, s. twister, krakeeier; student, die zal promoveeren; senior —r, de primus; de student, die den lsten prijs behaalt voor wiskunde te Cnm< bridge; — aouie, a. twistziek.

Wrap (rap), v. a. wikkelen, bevatten; (ia»)in een' omslag doen; (np») inwikkelen,inpakken, oprollen, in verrukking brengen; to be — ped in darkneaa, in ailence, in duister* nis gehuld zijn, volmaakt stil zijn ; te» be — |»ed up in n peraon, In a tliing. sterk ingenomen zü" met iemand, met iets;—per, s. omslag, pakdoek, omslagdoek, mantel, dekblad (van sigaren); —ping, s. het in wikke* len; —ping-donk, wijde mautel; —|*l»gpiiper, pakpapier.

Wratli (rath), s. toorn, gramschap; —fnl, a. —fnlly, ad. toornig, vergramd ; — ftaliteaa, s. gramstorigheid; — leaa, a. zonder gram* schap, bedaard; —y, a. toornig, vergramd.

Wreak (rik, rek), s. wraak, drilt, woede ; —, v. a. (wraak) uitoefenen, koelen (011, upon); —fnl, a. —fnlly, ad. wraakgierig, toornig; — lm», a. niet wraakzuchtig, ongewroken, zachtmoedig.

Wreall» (rit/i), b. krans, vlecht, krul; —• of flowera, bloemkranzen ; —• of inow, opgejaagde sneeuw hoopen.

Wrenth e (rfth), v. a. vlechten, krullen.strengelen, om-, bekransen, v. 11. in elkander gevlochten (gestrengeld) zijn; —ed, —y, a. gevlochten, gestrengeld, bekranst.

Wreek (rek), s. schipbreuk, verwoesting, verderf, wrak, zeedrif, overblijfsel; to go to —, te gronde gaan; —, v. a. doen stranden, te gronde richten, vernielen, verbrijzelen, v. n. schipbreuk lijden (=» to be wrecked); te gronde gaan («= to go to wreek); —age, s. schipbreuk, wrak; —er, s. stranddief.

Wren (ren), s. winterkoninkje; a — in the hand Is better tlian a erane to be caught, éen vogel in de hand is beter dan tien in de lucht; — ning*day, 20ste Deo. in 'tZuiden van Ierland; op dien dag worden de wrena, gevangen door wreniiing-boya, verkocht met het doel om geld te krijgen voor pretjes of feestjes.

Wrench (reni), s. ruk, verwringing, verstui* king, schroevedraaier, voorwendsel; —, v. a. rukken, verwringen, verstuiken; (open) open* rukken, openloopen; —ing-iron, breekijzer.

Wreat (rest), s. ontwringing, geweld, stemha* mer; —, v.a. ontwringen, afpersen,verdraaien, stemmen; —er, s. ontwringer, verdraaier.

Wreetl e (res'l), v. n. worstelen;—er, a. wor* stelaar; — ing, s. worsteling; —ingplacc, worstelperk.

Wretcl» (rets), s. ongelukkige, sukkel,ellende* ling, schoft, kerel, vent; — ed (retsid), a. — eilly, ad. ongelukkig, armzalig, ellendig, nietswaardig; — edneaa, b. armzaligheid, verachtelijkheid, nietswaardigheid; —leaa, a. zie Keek leaa.

Sluiten