Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwame personen als raadgevers en medehelpers in 't bestuur toe. Dezen waren vooral Granvelle, Viglius en Barlaimont. In alle gewichtige regeeringszaken zou Margaretha, zoo wilde het Filips, den eerstgenoemde raadplegen.

5. Om de voornaamste edelen des lands, o. a. Oranje, Egmond en Hoorne, aan zich te verbinden, schonk hij hun verschillende gewesten, die zij als stadhouders konden besturen. Maar Filips bereikte zijn doel hiermee niet; deze drie mannen achtten zich beleedigd dooide verheffing van Granvelle. Toen de koning alles geregeld had, scheepte hij zich in, nochtans niet zonder een bang voorgevoel voor de toekomst. Hij had genoegzaam bespeurd, dat men in deze gewesten niet zeer voor hem genegen was; daarenboven droegen verschillende plaatsen reeds in zich de kiem der ketterij , die zich voor toogenblik nog wel niet in 't openbaar had durven vertoonen, maar die misschien spoedig driest en onbeschaamd voor den dag zou komen. Het vervolg bewees, dat Filips maar al te juist geoordeeld had.

B. Nauwelijks toch was hij vertrokken, of de kettersche predikanten overschreden onze grenzen en begonnen het heillooze vergif hunner leering te verspreiden. De moedige houding van den Kardinaal-Aartsbisschop Granvelle , den sterksten steun van de landvoogdes, stelde nog wel een hinderpaal aan haren spoedigen voortgang, maar de steun, dien de dwaalleeraars vonden bij de grooten, gaf hun toch eene vaste hoop voor de toekomst. Weldra kreeg Granvelle eene menigte vijanden, waaronder vooral het bovengenoemd drietal, die het hem zoo lastig mogelijk maakten. Laster, smaad, verguizing, niets werd tegen den ijverigen verdediger van het ware

Sluiten