Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49. Koning Willem II. (1840—'49.)

Onze Koloniën. (1795—1850.) Toestand der Katholieken; (1750—1850.)

1. De nieuwe vorst had zich reeds als een onverschrokken krijgsheld doen kennen. In Spanje streed hij, nog slechts 18 jaren oul, onder den beroemden Wellington bij Vittoria tegen de Franschen. De velden van Waterloo waren in 1815 getuigen van zijn moed en beleid en hij had een groot aandeel in de overwinning, welke daar op Napoleon werd bevochten. Hij verwierf er zelfs den titel van Veldmaarschalk. De tiendaagsche veldtocht ook had bewezen, dat hij zijn ouden roem wist te handhaven. Nu hij eenmaal tot den troon geroepen was, toonde hij , dat hij ook een land kon bestieren : hij was inderdaad een even bekwaam staatsman en groot vorst, als beroemd veldheer.

2. Wii.lem II begreep, dat, wil een vorst in vrede en rust regeeren, hij al zijne onderdanen gelijke rechten geven en ben volstrekt niet moet bemoeielijken in hunnen godsdienst. Deze les had de koning geleerd uit den opstand der Belgen. Dat schoone land toch ware wellicht aan Nederland gebleven, zoo zijn vader, door protestantsche raadgevers aangezet, de Belgische bevolking op het punt van godsdienst niet hadde lastig gevallen. Vandaar 's konings goede ge/.indheid ook voor zijne Katholieke onderdanen en voor anderen, die zich van de Protestanten hadden afgescheiden. Hij gaf zelfs de geestelijkheid eenigen invloed op het onderwijs, een recht, dat hun sedert de invoering van het Protestantisme ontzegd was. Zelfs wilde hij nog verder gaan. Zijn vader had namelijk in 1827 een Concordaat, dat is een overeenkomst, met den Paus gesloten, waarbij

Sluiten