Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moogt Ge^Uw Kind den Vader off'ren,

Vindt Gij Hem, verloren, weer: 't Blijde hart schenkt vreugderozen, U, o Moedermaagd, ter eer.

2. Zien wij in den hof des lijdens

't Drupp'lend bloedzweet van Uw Zoon; Draagt Hij, ons ten heil geslagen,

Doornen als Zijn Koningskroon;

Moet Hij macht'loos 't Kruishout torschen,

Stervend onder smaad en pijn:

Onze rozen dragen tranen,

Die U 't blijk der liefde zijn.

4. Maar verrijst ten derden dage

Christus uit het macht'loos graf; Zien wij Hem ten Hemel varen, Zendt Hij U den Trooster af, Moogt Gij Jesus' glorie deelen,

Kroont Gods hand U Koningin: Dan siert onze krans van rozen U, als Moeder en Vorstin.

5. O, aanvaard de teed're hulde, Die ons minnend hart U biedt, En versmaad den krans van rozen Uwer trouwe kind'ren niet;

Sluiten