Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Geloof hem niet," riep de hansworst, die gedurende het vechten

M 6 -

oit tIs,?oede ^zekermunt.," zeide Feiko, zijn geld toonende dia elke schipper mij zal inwisselen." e. „<u«

wooAl ff.noeg! ' rifP de Onderschout, aan wien Claes Gerritsz een S f '8 verhaal van het voorgevallene had pogen te geven- de beide Friezen moeten naar de gijzeling, tenware zn' borg stellen van op den eerstkomenden rechtsdag te zullen verschijnen."

„Ik lach met uw rechtsdag en rechtsgebied," zeide Adeelen- miin persoon is heilig en onschendbaar: en wat dezen knaap betreft" die beleediging hem aangedaan, beschouw ik als tegen mij gericht" R«0venR/dT h»dden zich inmiddels te zamen beraden

ziidf trekkeJde ik Laf • ei?deliJk Deodaat, den ambtenaar ter zijae trekkende, „ik mag u in dezen niets voorschrijven • maar een

goeden raad wil ik u geven: bezin eer gij begint weet welk 61 Graaf insteU, de gemoederen in i^-ieslani te winnen •oriogenTu°™enlg&d»Z°Ude aanl6iding t0t nieuwe onlusten en

„Met dat al " hernam de Onderschout.

n»^o<.+U ongenade des Graven op den hals halen," vervolgde werken daSn 7e vorige 626 beweeSSrond nog krachtiger zoude

„Dat alles is waar," hervatte de Onderschout: „maar daar is bloed van onze poorters gestort: daar is schipper Harmen HamL die

1S' en,de bakker aan de^ieuwsteTg die eTn h'ouw jn tbeen heeft, en anderen meer, die builen en blutsen hebben Moet iwïï zich door vreemdelingen straffeloos laten mishandelen?"

„Kort en goed," viel Reinout in: „gij zult uw eiizeline eemat kunnen gesloten houden; want ik ioeg u liever allen in

6 d0 Onderschout, de schouders ophalende- indien

met ' Kman -n Z1Jn ulen?ar zich verbinden willen, 's Graven vrede met de burgern van Haarlem te houden en den meester te betelen

drijven."86WOn n ** helpen' dan zullen d« zaak niet vS

meester!" bulkte de hansworst er tusschen in: „komt bii ® ®afk?nera, die zal u van alle ondergane kwetsuren genezen Alle Jïntj Ji! V w* fen: ne»mt den echten Sineeschen balsem die Vit h?6lt: JT 3en ?rijs van drie groot hebt gij een potje » . •"?®t if celeer dat gespuis," zeide Adeelen, „hetwelk zicft verjjnden moest, geen hoon meer aan te doen aan Frieslands afgevaar«lf.9 t£ hun dienaars; doch wie zoude zich hunne beloften fekreunen? Ik zal hier geen twist beginnen, tenzij mijn w ««krenkt Onder' w W*+ uw,Sew°nden betreft, laten zij zich <Ln genfzen 2?+t!Lï! U1tspreken dezer woorden nam hij een handvol eeld uit de tasch en wierp het den Onderschout voor de voeten.

Sluiten