Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weina! — Zoo die Reinout eens de zoon ware van den Heei van Aylva?"

„Welke zotte vertelsels zijn dat? — Die Ridder is een Italiaan, zooals gij "

„Juisti van moederszijde; maar ik kan hem de bewijzen in handen leveren, dat hij de zoon des Frieschen Oldermans is: — wat dunkt u dat dit geheim waardig is?"

„Dat geheim is goud waardig," zeide de Bisschop: „hebt gij het hem reeds medegedeeld?"

„Zooveel als noodig was, ja; — maar u wil ik de bewijzen ter hand stellen, opdat gij er de vruchten van inoogst."

„Zeer onbaatzuchtig voorwaar!" zeide Arkel: „maar vermoedelijk wilt gij mij het geheim verkoopen, omdat Reinout de middelen niet bezit om het u te betalen?"

„Het ware zeker onbillijk," zeide Barbanera, „dat ik de tafel voor uwe Hoogwaardigheid bereidde, en geen kruimpje voor mij zeiven overhield."

„Recht zoo, voortreffelijke Barbanera! dan, ik heb nog een dienst van u te vergen. Hierboven ligt een jong meisje, dat wellicht de hulp van een geneesheer noodig heeft."

„Is het garnizoen versterkt? vroeg de kokeier, meesmuüende.

„Zwijg, en ga bij haar. Onderzoek eenvoudig, of zn ziek is, ja dan neen: — geene van uw kwakzalverskunsten. Zie slechts, of zij in staat is, de reis naar Utrecht te ondernemen."

Barbanera zweeg en volgde zijn meester tot voor het vertrek van Madzy. Deze, zich vleiende, vader Syard te zullen zien, haastte zich, den kokeier, toen deze aanklopte, te verzoeken van binnen te komen, maar zjj zag verbaasd op, bij net beschouwen van een onbekend gelaat; want, gelijk men zich herinneren zal, zij had Barbanera nooit gezien dan aan Elskens ziekbed, waar hij zijn wassen neus voorhad.

„Lieve kind!" zeide de kokeier: „il signor castellano ebbe mij tot n gezonde. Hij is over la vostra sanita bekommerd, en eet mij, il suo medico, verzocht u al die hulp toe te breng, welke la mia arte verschaffen kan a voi."

Zonder erg te denken, stak Madzy den geneesheer haar blanke hand toe en vroeg hem, wie de edele Burchtvoogd was, onder wiens dak zij zich bevond.

„Non lo sapete?" vroeg Barbanera: „bene! hij zal wil ebbe self il piacere van u bekend te maak met il suo nome.... ma per Dio!" riep hij uit, terwijl hij haar meer aandachtig beschouwde: „ikke u ook eb 'kezien, un' al tra volta: ikke fraak moet: il signor castellano, wete hij, wie isse gij?"

„Wat meent g$?" vroeg Madzy, eenigszins onthutst: ,ik versta u slechts half."

„Gjj hebt la febbre, de koortse," zeide Barbanera, opstaande, en Madzy's hand latende varen: „maar vien dall' agitazione, dal freddo: niet is pericolösa 'il viaggio non puö farvi male."

Met deze geruststellende uitspraak rees hij op, en Madzy in onzekerheid latende, keerde hij bij zijn meester.

Sluiten