Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik. Maar dat engeltje wilde zonder afscheid heenwandelen, dat wou ze: en daar ik betaald worde om haar te bewaken, zoo dacht ik geen kwaad te doen met haar te wederhouden, dat dacht ik.

„Grii dacht als een oude zottin," zeide Arkel, haar verstoord aanziende: „is het hier een gevangenis? en is de Jonkvrouw met vrij te gaan waar zij heen wil? — Alleen smart het mjj, voegde hij er bij, terwijl hij Madzy met een minzamen, eemgszins weemoedigen blik aanzag, „dat gij zoudt hebben kunnen besluiten te vertrekken, zonder mij vergund te hebben, afscheid van u te nemen.

Madzy "bloosde en zag voor zich; want, hoewel zij geen berouw gevoelde over haar poging om het huis te verlaten, zoo zag zg zelve in, dat deze handelwijs den schijn had van ondankbaarheid tegen haar gastheer: en zij was vrouw genoeg om gegriefd te worden door het verwijt, dat in zijne woorden lag opgesloten. Zr) weigerde dan ook de hand niet, haar aangeboden door Arkel, die, radende wat in haar ziel omging, zich innerlijk gelukwenschte met eene omstandigheid, die haar eenigszins jegens hem in t ongeluk stelde: en zij liet zich zwijgend door hem terugleiden naar de zitplaats, welke

zii verlaten had. , . .,

.Vertrek!" zeide Arkel tegen de oude vrouw: „en beef, indien ik ooit weder bemerk dat gij uw plicht te buiten gaat, of de achtingj uit het oog verliest, die gij aan deze Jonkvrouw verschuldigd zijt.

Madzy zag verlegen op en was zelfs op het punt om de waakster terug te roepen; want sedert haar komst te Utrecht had zij haar gastheer nooit anders als in tegenwoordigheid van Mechtelt ontvangen: en hoe verachtelijk dit schepsel ook ware, haar bijzijn gaf echter eenigen meerderen schijn van welvoeglijkheid aan zijn bezoeken: maar de afschuw, welke de taal, zooeven uit haar mond vernomen, in de reine ziel der Jonkvrouw verwekt had, was oorzaak, dat deze haar voornemen varen liet en zelfs zich verlicht voelde in haar afwezigheid.

Arkel haa intusschen een zetel genomen en zich over Madzy aan de tafel gezet. Er verliepen eenige oogenblikken eer hij begon te spreken. Er was een kommervolle gedachte op zijn gelaat te lezen; en zijn anders zoo levendige oogen stonden strak op den grond gevestigd. Zijn somber wezen en afgetrokken houding leverden een zonderlinge tegenstrijdigheid op met zijn gewaad, hetwelk zwierig en smaakvol was, en wel geschikt, om zijn natuurlijke begaafdheden te doen uitkomen. Sierlijk golfden zijn lokken van onder uit de muts van Gentsch scharlaken, die met bevallige plooien over de eene zijde afhing. Een overrok van dezelfde rijke stoffage, met loshangende mouwen, en door een gordel om 't lijf gesloten, liet een vat zijden buis zien, met zilverdraad doorweven: terwijl de blanke hozen m roode laarsjes staken, wier punt en opslagen met zilveren kwastjes waren voorzien. In 't kort, nij geleek meer op een hoveling, die bij een schoone zijn hof komt maken, dan op aen geheimen inwoner eener belegerde stad.

ïïftf ifl dan waar." zeide hii eindeliik met een diepen zucht, „gij

tuuH hftt, haalnit gevormd, iemand, die u tot noe toe slechts blijken

Sluiten