Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. ...I>an kan het mogelijk zijn, dat die nar iets weet en dat Reinout zijn stilzwijgendheid koopt! — Dat alles moet zich eenmaal oplossen of---- misschien.... weet gij ook, of hij de medicijnkist zijns meesters Barbanera heelt met zich gebracht?"

„Voorzeker,' zeide Madzy, glimlachende om deze zonderlinge vraag: „maar ik bid u, welk belang stelt gij daarin? Gij hebt toch geen lust,* zijne pillen en tincturen te gebruiken."

„Misschien!" zeide de monnik op een ernstigen toon: „ik geloof uat gr) met mij van hetzelfde gevoelen zult zijn, wanneer ik u mijn

wedervaren verhaal het onweer is nog niet verminderd: en zij

zuilen mij nog niet missen te Sint-Odulf. — Zoo gij dus geen vaak hebt, luister."

Nadat Madzy verklaard had, hoogst verlangend te zijn, hem te nooren, deelde de monnik haar mede wat er geschied was sedert den morgen dat hij haar in de herberg vermist had, en hoe hij vervolgens zich met meester Barbanera in het slot van Nyenstein nad zien opsluiten.

„Mijn eerste gevoel," vervolgde hij, „was, gelijk gij denken kunt, een gevoel van spijt en toorn tegen hem, aie mij zoo listig van mijn vrijheid berooid had. Wat den kokeier betrof, deze bleef nog lang in den waan dat hij alleen voor de leus was opgesloten. Toen flij echter het tegendeel begon te bemerken, verviel hij tot een staat van woede en wanhoop, die aan vertwijfeling grensde, en liet geen uur voorbijgaan, zonder de vreeselijkste verwenschingen uit te braken tegen den bewerker van zijn ongeluk, terwijl hij allen troost versmaadde, dien ik hem aanbood, en mij vervloekte, zoowel fi9j- 'j Sjijsaard, die ons dagelijks door een valluik ons voedsel «oediende. Mijn toestand was hoogst onaangenaam: van het daglicht verstoken, m een nauwen kelder en gedwongen, het gezelschap te dulden eens gevloekten godslasteraars; — maar ik offerde mijn inden den Heere op en Hij verleende mij sterkte. Hjj deed meer; tuj maakte mij tot het werktuig in Zijne nand om een gevallen ziel te behouden, en deed mijn lijden strekken tot de ontdekking van e®ugeheim, dat anders wellicht verborgen ware gebleven.

„iLen dag (nimmer zal ik dien vergeten) kwam onze oude stokwaarder met opdagen. Het vasten gewoon, verduurde ik de ontbering van voedsel met gelatenheid; maar de deelgenoot mijns kerkers kon minder weerstand aan zijn nooddruft bieden. De volgende dag verliep: weder geen voedsel: — gelukkig was onze waterkruik, die eenmaal s weeks gevuld werd, nog halfvol; — maar het gemis aan spijs verzwakte Barbanera: en nu eerst werd hij vatbaar voor de woorden van vermaning en boete, die ik tot hem sprak. Hij vroeg mij om vergiffenis voor zijn handelwijze te mijwaart, hn biechte mij zijn zonden en toonde een hartgrondig berouw. Den derden dag voelde hij z\jn einde naderen: en toen smeekte hij mij, om, zoo ik tegen alle verwachting het leven behield en de vrijheid terugkreeg, te herstellen wat hij verdorven had. Ik spande mijn perste krachten in om het verhaal te verstaan, dat hij mij half in t Italiaanscft, half in krom Latijn, half in gebroken Hollandsch deed:

Sluiten