Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de islana van opgewonden vreugde, welke ieder gelaat deed schitteren, plaats gemofuct voor neergeslagen bl kken, die als heii ware vreesden elkander te ontmoeten: en op veler -wezenstrekken waa angstige bezorgdheid voor de toekomst te lezen. De onversa^de hefden die zoo moedig hun onafhankelijkheid bevochten hadden» geleken thans op vreesachtige schoolknapen, die, na in een onstrnd lun leermeesters en opzieners verdreven, en zich in hun schodgebouw achter versperringen verschanst te hebben, van hun wildo vei biistering teruggekomen, met schrik de gevolgen overdenken, waarop» hun vermetelheid hun eenmaal zal te staan komen, en gaar"6 verkregene lauweren zouden willen afstaan voor de zekerheid van

weder in senade te worden aangenomen. .

Een schouwspel, hetwelk, op den elfden dag na de overwinning, aan Friesland gegeven werd, bracht niet weinig bij, om de algemeens somberheid te vermeerderen. Het was een dier stüle en plechtige najaarsochtenden, waarin de sterveling tot ernst §fmaj^* ij™ den aanblik der natuur, aan een grijsaard gelijk, die de dagen zijner ionkheid «chiint te betreuren en zich in hel lijkgewaad te hullen, als om den naderenden doodsslaap te verbeiden. De zonnestralen waren aan het gezicht onttrokken door een dichten neveldamp, die alsi een sluiergaas over het groene veld lag heen gespreid. Treurig en na*kt verhieven hier en ginds enkele slecht opgegroeide boomen hun bladerlooze kruin- geen enkel zuchtje beroerde de opperv akte der binnenwater nocf roerde de gerimpelde bladeren aan die op enkele plaatsen hóf en weg als met een goudgelen mantel beoekten. Geen vrooliik gevogelte trok in dit anders zoo levendige jaargetijde door de lucht; alleen brak hier en ginds een raaf op een staak of boomtronk gezeten, de stilte af met zijn krassend geschreeuw..Een tal riike ootocht, voor den dageraad van uit de omstreken van Stavo ren vertrokken, en die meer uit beweegbare beelden dan uit menschen scheen te bestaan, volgde met langzamen tred den land weg die langs het vischrijke meer van Parrega, van Workum naar Bols'ward geleidt. De visscher, die, in zijn boot staande, beziD was met het ophalen zijner vangst, liet, als de trein voorbijging, zijn net weder vallen, en afvragende, of het ook een legioen van booze geesten ware, dat zoo twijfelachtig door den nevel voorttrok, ontlokte hij zich de kruin en zeide een pater op. De doggen, die voor fltulD of hoeve waakten, schenen hun anders zoo woeste geaardheid te verliezen en kropen met ingetrokken staart en hangendeooren achter hun meester, die, zelf op zijn erf nederknielende, de gebeden voor de afgestorvenen opzeide en niet opstond, voordat de laatste ™ van aien talrijken sleep voorbij was. Slechts edelen wierpen od het treurige schouwspel een blik van zegepraal en hoogmoe , maar weldra gleed een medelijden, waarvan zij zich nauwelijks^ rekenschao wisten te geven, hun boezem in, en keerden zij huiswaarts, nadenkemdeover het onbestendige en wisselvallige der ondermaan-

SCEnZïeTwas die optocht geschikt om de zielen tot nadenken te bewegen; want hij was uitgetrokken om een lijkbaar naar de grat-

Sluiten