Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d®,Ha*rlemm.er zÖn wensch slechts ten deele bereiken: want men wilde hem met toestaan, het overschot zijns meesters met zich te voeren, en men bepaalde, dat het als een blijvend pand en gedenkteeken der overwinning, in een der Friesclie kloosters, en wel in dat van Bloemkamp, zou begraven worden* Lang duurde het, eer men het misvormde lijk van onder den stapel der half bedorven lichamen had teruggevonden: en de oogen der vriendschap konden hun tranen met bedwingen, toen het Koukerk eindelijk te beurt viel, zijn voormaligen meester aan de lange, golvende haarvlechten, welke hem aan den bloedigen schedel kleefden, te herkennen.

Achter de lijkbaar, welke met een elfen zwart kleed overdekt, en zonder eemg praalteeken, op eenige overdwars geplaatste lansen rustte en door een twaalftal knapen werd gedragen, volgden eenige lieden, zoo te paard als te voet, allen bedekt met rouwkappen, welke hun gelaat aan ieders oog onttrokken. De meesten van hen waren r riesche Edelen, die of, gelijk Aylva, Martena en anderen, grootmoedig genoeg waren om aan hun vijand de laatste eer te willen bewnzen, of die door het bijwonen der lijkplechtigheid hun eigenliefde en hoogmoed gestreeld vonden. Maar er bevonden zich ook enkele Hollanders bij, die ter liefde van hun Graaf waren overgekomen en, na vrijgeleide bekomen te hebben, door hun Friesche bekenden met de meest voorkomende gastvrijheid waren ontvangen. &r was onder hen een grijsaard, gelijk men aan gang en houding bespeuren kon, maar die nog meer door het verdriet dan door het gewicht der jaren leed: de oude Paypaert, de Wapenkoning van Holland. Het was met slechts de dood zijns meesters, welke hem zoozeer bedroefde; want hij had reeds te veel Heeren naar hunne laatste stede begeleid, dan dat hem de dood van dezen zoo diep zoude treffen^ neen! zoo hij in sprakelooze wanhoop voorttrad, het was omdat hij geheel vruchteloos was overgekomen, omdat hij, aan wien bij de begrafenis van zoovele vorsten altijd het opperbestier was opgedragen geweest, zijn aanspraak op dat recht door de Frie?.??..zien tegenspreken of verachten, en gedwongen was een Igdelijk aanschouwer te zijn van de in zijne oogen onbetamelijke, ia schandelijke wijze, waarop men een Yorst als Graaf Willem naar net graf voerde. Zoolang echter de plechtigheid duurde, gaven alleen zijn somber gelaat en neergeslagene oogen het ongenoegen en de smart te kennen, die hem vervulden; want het druischte natuurlijk tegen al zijn beginselen aan, gedurende een lijkdienst te spreken;

toen hij de reize huiswaarts aannam, en zich niet langer behoefde te bedwingen, het hij niet af van zich bij zijn reisgenooten te beklagen: en toen hij zelf kort daarna (waarschijnlijk aan de gevolgen van verkropte gramschap) overleed, waren zijn laatste woorden, dat het land te gronde ging, nu men had kunnen dulden, dat de laatste Vorst als een gewone dorper was onder den grond gestopt.

De monniken van Sint-Odulf sloten, gelijk wij reeds boven hebben aangemerkt, den trein, die bovendien vergezeld werd door een bende welgewapende ruiters, ten einde te verhoeden, dat niet het grauw m blinde woede zijn wraak nog aan het overblijfsel des

Sluiten