Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t>. Heb ik datgene , wat tot mijn gebruik bestemd was , bijv. in voedsel , kleederen , gereedschappen , benoodigdheden voor de studie , enz. , ook op versmadende wijze ongebruikt gelaten , als ware zulks niet goed genoeg of niet dienstig voor mij ? — Heb ik , zonder verlof der Overste, daaraan ook iets veranderd, of mij op eigen gezag maar van iets anders voorzien ?

10. Heb ik ook gestreefd naar den geest der armoede, door mij inwendig van alles te onthechten , en de gevolgen der armoede te beminnen ? Bedenk ik wel, dat de uiterlijke armoede alleen den mensch niet heilig of deugdzaam maakt, en ook niet de beloften van Jesus heeft, maar wel de geest, de liefde der armoede ? — Erken ik wel, dat het eene soort van huichelarij zou wezen , wanneer, bij de uitwendige armoede, die geest of ten minste het streven daarnaar mij ontbrak ?

11. Bekommer ik mij niet met tijdelijke zorgen ? — Geef ik mij te dien opzichte wel geheel over aan de goddelijke Voorzienigheid, die mij des te zorgvuldiger in hare bescherming zal nemen, hoe meer ik Haar door mijn vertrouwen vereer?

12. Ben ik met mijn hart nog aan eene of andere zaak , hoe gering ook, ongeregeld gehecht: aan bloedverwanten , — vrienden , — medezusters , -— hulpbehoevenden , — aan mijne bediening, — aan het huis, waar ik mij bevind , of vroeger geweest ben , — aan deze of gene kleinigheid , — kleedingstuk , — gereedschap , — boek , — prentje , — of wat het ook zij ?

1!{. Beklaag ik mij niet, of ben ik niet ontevreden of gestoord, wanneer mij het een of ander wordt afgenomen , of ik nnj verbeeld , dat mij iets ontbreekt ?

Sluiten