Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwe barmhartigheid af te smeeken voor mij, voor de Kerk, voor de geheele wereld en voor de lijdende zielen des vagevuurs.

(300 dagen aflaat. Pius IX, 30 Sept. 1859.)

Gebeden aan den voet des Altaars.

JJoe, hoe zal ik voor uw heilig altaar durven verschijnen'? ik — met zonden en schulden beladen1? — Heer, ik hoop op uwe barmhartigheid; Gij zult niet van U afstooten, die berouwvol zijne zonden beweent. Daarom werp ik mij voor IJ, den Allomtegenwoordigen, onder wiens alziend oog ik gezondigd heb; voor de H. Maagd Maria, den heilige Aartsengel Michaël, den H. Johannes den Dooper,

Sluiten