Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartstochten zullen mij hestormen, mijne slechte gewoonten bevrediging eischen, en ik — zoo lichtzinnig en onvoorzichtig, zoo zwak en onstandvastig, zoo onbehendig, wat zal ik beginnen. — „Maar", zoo durf'ik met de H. Pnulus zeggen: „ik wanhoop niet." Gij, o Heer, zijt de God der sterkte, en „ik vermag alles, ik kan alles in Hem, die mij versterkt." Voltrek dan, o lieer, liet werk uwer ontferming, hetwelk Gij begonnen hebt in uwen dienaar, en daar Gij mij het voornemen hebt laten maken, mij van de zonde los te scheuren, verste; k mij nu ook, om dat voornemen getrouw en stipt na 1e leven. Geef, dat ik voorzichtig wandele, de gelegenheid der zonde vermijde, dat ik mijne

Sluiten