Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 71.

3. Bevrijd mij van 't geweld des snooden,

Die 'theilig recht verkracht;

Wiens trotschheid mij veracht. Ik wacht op U, o God der goden!

Op wien ik vast vortrouwde,

Van dat ik 't licht aanschouwde.

4. Zoo Gij, van dat ik werd geboren,

Ja, van mijn eerst begin,

Mü niet, uit teedre min,

Hadt ondersteund, 'k waar' lang verloren. Dies doe ik, in gezangen,

U steeds mijn lof ontvangen!

1. PAUZE.

5 'k Was als een wonder in elks oogen;

Doch Gij, mijn Toevlucht! Gij Stondt mij met sterkte bvj.

Laat dan mijn mond Uw naam vcrhoogen, En al mijn levensdagen Van Uwen roem gewagen!

6. Verwerp mi) niet in hooger jaren;

Laat, bij den ouderdom,

Dien 'k in Uw gunst beklom, Uw voorzorg over mij niet varen;

Laat. met de kracht van 't leven, Uw hulp m;j niet begeven.

7. Hen, die op mijne ziele loeren,

Hoort men, in hunnen raad, Uit onverzoenbren haat, Een goddelooze schimptaal voeren, En, tegen recht, te zamen M\jn ondergang beramen.

8. „Ziet," zeggen zij, „hij ligt verschoven:

„God staat met aan zijn zy.

„Jaagt, jaagt hem; grijpt hem vry; „Hij kan geen uitkomst zich beloven! O God! toon me Uw ontferming, En haast U ter bescherming.

9. Doe hen beschaamd staan en bezwijken,

Wier woede mij bestrijdt.

Wier haat m;jn rust benijdt;

Doe hen met smaad en schando wijken, Dio tegen mij zich sterken,

En mijne ramp bewerken.

Sluiten