Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 81.

5. Bit doet Jozefs zaad Aan Egypte denken,

En in welk een staat,

Daar 't een sprake vond, Die het niet verstond, God Zijn heil wou schenken.

1. PAUZE.

6. ,,'k Heb hun hals bevrijd „Van den last te drapen;

,,'tWas die blijde tijd,

„Toen hun moede hand „Werd in 's vyands land „van den pot ontslagen.

7. „Op uw noodgeschrei „Deed Ik groote wondren,

„Onder Mijn gelei „Vondt gij hulp: Mijn woord ..Werd van u gehoord, „Uit de plaats der dondron.

8. ,,'k Nam te Meriba „Proef van uw vertrouwen,

„Of ge op Mijn genft,

„In uw tegenheên,

„Op Mijn naam alleen „En Mijn woerd zoudt bouwen.

9. „Hoort Mij, zei Ik toen, „Onder u betuigen,

„Wat gij hebt te doen. „Och, dat Israël „Zich op Mijn bevel,

„Onder Mij wou buigen!

10. „Eert geen uitlandsch god; „Wacht u voor uw zielen;

„Wilt naar Mijn gebod, „Mijnen naam ten hoon, „Voor geen valsche goón, „Voor geen vreemde, knielen.

11. „Ik, Ik ben de Heer ;

,,'k Ben uw God, die heilig

„IJver voor Mijn eer,

„Die u door Mijn hand „Uit Egypteland „ Leidde vr(j en veilig.

Sluiten