Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

PSALM 118,119.

3. PAUZE.

11. Do steen, dien door de tempelbouwers

Verachtlijk was een plaats ontzegd, Is, tot verbazing der beschouwers,

"Van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen,

Door 'sHeeren hand alleen geschied; Het is een wonder in onze oogen;

Wij zien het, maar doorgronden 't niet.

12. Dit is do dag, de roem der dagen,

Dien lsrels God geheiligd heeft;

Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, die ons blijdschap geeft. Och Heer! geef thans Uw zegeningen!

Och Heer ! geef heil op dezen dag! Och, dat men op deze eerstelingen Een rijken oogst van voorspoed zag!

13. Gezegend zij de groote Koning,

Die tot ons komt in 's Heeren naam! Wil zeegnen U uit 'sHeeren woning;

Wij zegenen U al te zaam.

De Heer is God, door wien we aanschouwen

Het vroolijk licht, na bang gevaar;

Bindt de offerdieren dan met touwen Tot aan de hoornen van 't altaar.

14. Gij zijt mijn God, U zal ik loven,

Verhoogen Uwe majesteit!

Mijn God! niets gaat Uw roem te bovon;

U prijs ik tot in eeuwigheid!

Laat ieder 's Heeren* goedheid loven,

Want goed is de Oppermajesteit!

Zijn goedheid paat het al te boven;

Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

1 ^ g. PSALM 119.

1*2 3 1*3*5 5 4 3 2* 3*1 7 6*

"YVel - za - lig zyn de op-rech-ten van ge-moed, Die on- ge-veinsd

5*1 2 3 5 4*3*|5*4 3 2*3 *2

dés Hee-ren wet be-traoh-ten; Die Hij op 't spoor der gods-

1 1 7 1* 5*34 5*4*3 21 7 6*

vrucht wan-dlen doet: Wel-za-lig die, bü da-gen en by nach-

Sluiten