Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ .3. Met bewaren der kleedingstukken.

De grootste vijanden der kleederen zijn stof, vocht en motten, waartegen ze dus moeten beschermd worden.

De beste bergplaats voor kleederen is een goed sluitende hangkast of een commode met goed sluitende laden.

Waar de middelen ontbreken om een kleerkast te koopen. moet men zich behelpen met een kleerplank, waarvoor een gordijn. Den muur, die niet vochtig mag zijn, kan men behangen met een laken of met papier. Boven op de plank is de plaats voor hoedendoozen en schoenen. De kleedingstukken moeten niet slordig op en door elkaar gehangen worden. Die het minst gebruikt worden hangt men achteraan en verder soort bij soort.

1. Lichtgekleurde stoffen dekt men met een witten doek.

2. Onderrokken enz. hangt men niet in de kleerkast, doch legt ze dichtgevouwen in eene lade.

3. Kinderkleedjes, vooral lichtgekleurde, bewaart men 't best in een doos , zoo ook manteltjes, jurkjes enz.

4. Japonnen, mantels, jassen en broeken keert men binnenste buiten, als men ze opbergt.

§ 4. Het verwijderen van vlekken.

Heeft men bij ongeluk zijne kleederen bevlekt, dan talme men niet, zoodra mogelijk de vlekken te verwijderen. Hoe langer daarmee gewacht wordt, des te moeielijker wordt het werk.

Sluiten