Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere wijze van wasschen. Op sommige plaatsen van ons land gaat men te werk als volgt en naar men beweert met goed gevolg. Het goed behoeft niet daags te voren in de week gezet te worden. Men maakt een vet sopje van soda zeer warm, zoo warm als de handen het kunnen verdragen. neemt het goed stuk voor stuk, besmeert de morsigste plaatsen met groene zeep en slaat het in het sodawater krachtig uit. Dan wringt men het uit en legt het in een droge tobbe. Wanneer men nu zorgt, eerst het minder vuile goed te slaan, dan komt dit in de eerste tobbe en het vuilste goed in eene andere. In die eerste tobbe giet men nu een kokende sop en wascht het goed zorgvuldig uit. waarna het zoo naar de bleek wordt gebracht. Voordat men het goed uit de tweede tobbe naaide bleek brengt moet het eerst goed in een andere vette zeepsop afgeslagen worden.

Bij het uitwringen moet men er aan denken, dat het goed niet dwars, dat is, van zelfkant tot zelfkant, mag gewrongen worden. Fijn goed moet men niet uitwringen, doch uitknijpen of uitdrukken.

4. Bleeken. — Op het bleekveld legt men soort bij soort. Het klein goed kan men op de lakens leggen. Men zorge ervoor, dat het goed degelijk nat worde gehouden. Op de helft van den bleektijd wordt het goed omgekeerd. Door het bleeken wordt de onaangename lucht, die de loog achterlaat, weggenomen. Daarom verdient het bleeken de voorkeur.

5. Spoelen. — Het goed wordt in helder, liefst loopend water tweemaal uitgespoeld en daarna geblauwd.

Sluiten