Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71. WlTTH OF KRUINIi BOONI-N, I.INZI X.

Men zet ze 's avonds te voren te weeken, 's anderendaags een paar uren vóór den middag laat men ze in datzelfde water koken. Als de schillen loslaten zijn ze gaar. Deze schuimt men af. Het zout voegt men er bij als ze bijna gaar zijn. Men dient ze op met zure saus. Zie no. 95.

Q. Meelspijzen.

75. PANXHK'OHK.

Men maakt een niet al te stijven deeg van tarwemeel of ook van half grutte- en half tarwemeel met lauwe zoete melk, een weinigje zout, gist en desverkiezend een ei aangemaakt. Dan laat men het deeg rijzen bij de kachel. Vervolgens doet men een weinig vet, boter of gesmolten spek in de pan, het deeg er boven op en laat hem aan beide kanten bruin worden. Men kan in den koek schijfjes spek, appelen, peren, kersen of krenten doen; voor spekpannekoek neemt men liefst boekweitemeel.

76. OlJHkOHKHN.

Men maakt een beslag van tarwebloem, rozijnen of krenten, gist, een weinig zout en suiker. Als het deeg gerezen is, legt men de bollen in kokende olie. Dit doet men door een lepel van het beslag in de olie te werpen. Het dikke beslag krijgt van zelf den vorm van een bol. Het gebak is gaar als

Sluiten