Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Men etc niet terstond als men zeer vermoeid is en na het eten is het goed eene korte rust te nemen. Een middagslaapje is echter niet noodig.

7. Eet vooral geene bedorven of beschimmelde spijzen.

8. Drink niet te veel in eens. Het gevoel van dorst zit niet in de maag. Bij hevigen dorst drinke men weinig bij korte teugen. Als men verhit is moet men zeer voorzichtig zijn koude dranken te nemen.

9. Prikkelende, te zeer gekruide of gezouten spijzen zijn nadeelig voor de maag.

10. Wees bij 't eten opgeruimd, dat wekt den eetlust en bevordert de spijsvertering.

§ 4. Kleeding.

1. De kleeding moet in overeenstemming zijn met het jaargetij. Voor onderkleeding is wol, als zij niet te vast geweven is, het beste. Katoen is beter dan linnen. De wol en in zekere mate ook het katoen voeren het best het zweet naar buiten, waardoor de huid droog en schoon blijft.

2. Plotselinge afkoeling, als men zeer verhit is, is zeer gevaarlijk. Wanneer in den nazomer de temperatuur wat koeler wordt, grijpe men niet dadelijk naar de winterkleeren en in de lente late men deze niet te spoedig uit.

3. Het keurslijf of corset moet dienen om 't lichaam te ondersteunen en niet om het te samen te persen.

4. 's Nachts vooral make men alle nauw sluitende banden om hals, lendenen en beenen los om den bloedsomloop te bevorderen.

5. Zorg steeds dat het ondergoed, dat ge wekc-

Sluiten