Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fij»*. 5 de Noordsehe Eend (Oedemia fusca L.), zich onderscheidende door zwarte verhevenheden aan de basis van den snavel.

De 't meest bekende der in 't Noorden levende Eenden is

Fig. (u en b) de Ei dereend (Somaterict mollissima L.), die Lapland, Groenland en IJsland bewoont en door haar eieren een uitstekend voedsel, door het dons, waarmede zij haar nest bekleedt, eon belangrijk handelsartikel levert. In koude winters bezoeken ons soms jonge exemplaren.

Familie VI. Mercjidae, Zaagbokken.

De snavel is zijdelings samengedrukt, de randen zijn getand of gezaagd. In levenswijze, kleur en kleurenwisseling doen zij ons 't meest aan gewone Eenden denken. De meest bekende soort is

Fi^. 7 de Groot e Zaagbok (Mergus mer ganser L), een in 't Noorden en ook bij ons levende vogel, die zich met viscli voedt en daardoor schadelijk worden kan. De Middelste Zaagbek (Mergus serrator L.) heeft een witten spiegel met twee donkere dwarsstrepen en een gevlekte borst, de Kleinste Zaagbek {Mergus albellus L.) heeft een zwarten spiegel met witten rand.

Familie \ II. Palamcdeïdae, Iloenderkoeteti.

Groote, zware moerasvogels met kleinen kop, korten snavel, op dien der Hoenders gelijkende en aan de basis door een washuid bedekt, terwijl de randen van talrijke, dunne hoornplaatjes voorzien zijn. De vleugels, die lang en krachtig zijn, hebben als wapen aan het handgewricht twee krachtige doornen; groote luchtruimten onder do huid geven haar een gering soortelijk gewicht. De teenen der krachtige pooten zijn aan hun basis alleen vereenigd. Aan het ruggedeelte der ribben ontbreken de naar achteren gerichte dwarsstukken.

De meest bekende soort is de in moerassige wouden der Amazone levende, een naar voren gerichte hoornachtige draad op het voorhoofd dragende

Plaat XXVIli, Fig. 1 A n i o e m a of Gehoornde Hoenderkoet (Palamedea cornuta L.).

TWAALFDE OltDE:

Cieoniiformes, \Vurgvogels.

Moeras- of watervogels, met zwem- of roeivoeten en waadpooten, van welke de naar voren gerichte teenen door een vlies vereenigd zijn. De snavel is lang en kegelvormig bij de vleeschetende Ooievaars, plat- of lepelvormig bij eenige Reigers, lang en mot een tot schepnet omgevormden ondersnavel bij de vischetende Pelikanen, in het midden kromgebogen en aan de randen met hoornplaatjes voorzien bij de, gelijk de Eenden slobberende, Flamingo's. Alle

Sluiten