Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk, waardoor het eenigszins gedateerd wordt. Een late scherf van de vorige groep komt wat de factuur betreft frappant overeen met enkele van deze voetjes. Mogelijk is dit zonder draaischijf vervaardigde vaatwerk verwant met het latere Saksische.

Diversen.

Twee scherven van potten, met scherpe schouders, uiteene 467—468. terp te Blija (XXVI\\b nos. 96 en 179).

Beker van gladde factuur, chocolade kleurig. Terp Winsum. 469. Verwante urnen uit Noord-Duitschland worden tot de zoogenaamde Darzau-kultuur gerekend. Vel. Willers Iiemmoor; Abb. 10.

Bekervormig potje van grauwe aarde, van vorm geheel gelijk 470. aan een te Hemmoor gevonden. Willers Abb. 17,

B. Friesch vaatwerk.

Het grootste gedeelte der terpvondsten bestaat uit vaatwerk en juist door dien overvloed, uit omstreeks 160 afgegraven terpen bijeengegaard, is het mogelijk verschillende groepen goed te leeren kennen, een oordeel te vormen dat door nieuwe vondsten weinig beinvloed kan worden. Als historisch vaststaande mag aangenomen worden dat de terpen voornamelijk door Friesche stammen bewoond werden, althans in bepaalde tijden van het jaar, wanneer de vloeden de lage landen overstroomden. Van geen enkelen anderen Germaanschen stam in Nederland bestaat er eene zoo volledige nalatenschap. Waar nu verder de voornaamste vreemde elementen . het Saksisch en het specifiek Frankische vaatwerk van elders goed bekend zijn, valt het niet moeilijk om uit de groote rest reeksen van veel voorkomende Friesche typen op te stellen. Als tijdmeter staat het Friesche vaatwerk in waarde sterk ten achter bij het Romeinsche, dat eene veel karakteristieker ontwikkeling had. Toch ligt het a priori voor de hand dat de Friesche pottebakker niet eeuwen lang volkomen gelijke producten vervaardigd heeft en werkelijk meenen wij hier, in den vóór-Karolingischen tijd, voor het eerst, bij eene bepaalde reeks: die der twee-oorpotten met ingesnoerden hals., eene chronologische ontwikkeling te kunnen aantoonen, jongere vormen van oudere te kunnen onderscheiden. Het is voorloopig slechts eene relatieve chronoogie . met jaartallen bepaalde perioden aan te geven waarin uitsluitend de oudere en waarin alleen de jongere vormen in zwang waren, is nog niet mogelijk; daarvoor is het noodig

Sluiten