Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Petroleum-aether of gasoline, die tusschen 40° en 70° C. kookt.

benzine „ naphta, „ „ 70° „ 120° „

Ligroine, „ „ 120' „ 135° „ „

Gewone smeerolie, „ „ 130° „ 160° „ „

„ brandpetroleum, „ „ 160° „ 300° „

en eindelijk verdere hier niet ter zake doende produkten.

Petroleum-aether, petroleum-benzine en ligroine zijn kleurlooze, bewegelijke vloeistoffen, die gemakkelijk ontstoken worden.

De petroleum-aether ot gasoline heeft een s. g. (soortelijk gewicht) van 0.64—0.65. Zij wordt gebruikt als oplosmiddel voor olie en vetten en vormt het hoofdbestanddeel van het tegenwoordig veel in srebruik genomen

o o O O

lucht-, aërogeen- of benoïdgas.

De benzine ol naphta heeft een s. g. van ongeveer 0.70. Zij wordt in hoofdzaak gebruikt:

a) in chemische wasscherijen;

b) in fabrieken voor het ontvetten van beenderen en andere stoffen;

c) in motoren;

d) voor het carbureeren van lichtgas, waarbij niet zoozeer haar gering lichtgevend, als wel haar warmtegevend vermogen in aanmerking komt.

De 1 igroine heelt een s. g. van 0.73, wordt gebruikt in zoogenaamde ligroine-lampen en evenals de gewone smeerolie, met haar s. g. van 0.74—0.7=^, om machinerieën te reinigen, verharste smeeroliën op te lossen en ter vervanging van terpentijnolie voor lakken, vernissen en olieverven.

De gewone brandpetroleum met zijn s. g. van 0.79—0.82, wanneer hij van Amerikaanschen, en 0.83—0.90 s. g., wanneer hij van Russisehen oorsprong is, en voor 6$n/0, respectievelijk 30% in de ruwe petroleum voorkomt, is een kleurlooze ot licht gele vloeistof met zwak blauwe fluorescentie.

Petroleumdamp explodeert het hevigst bij een mengverhouding van 1 vol. damp tot 9 vol. lucht. Tengevolge van de groote overmaat lucht die noodig is om in het explosiegebied te komen, is het petroleumdampluchtmengsel in onze lampen meestal te rijk aan petroleum om een explosie te kunnen geven. De petroleum, die in den handel komt, mag beneden 21° C. aan de lucht niet ontstoken kunnen worden. (Test te bepalen met het Abel's toestel.)

2. METYLALKOHOL of HOUTGEEST.

Wanneer hout in gesloten ijzeren retorten wordt verhit, en de produkten dezer droge distillatie worden opgevangen, dan condenseert in den ontvanger o. a. methylalkohol of houtgeest.

Het is, na van alle bijmengselen gezuiverd te zijn, een kleurlooze vloeistot, met een kookpunt van 66 C, een s. g. van 0.80 en een zwakke geestrijke lucht. Als zoodanig wordt het hoofdzakelijk in de kleurstofindustrie en in de fabrieken van aetherische oliën verder verwerkt.

In onzuiveren toestand wordt het om zijn aromatische geur en smaak gebruikt 0111 spiritus te denatureeren en behalve dat, ook in de lakindustrie om vernissen te maken.

Sluiten