Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anthonie-Breestraat, koopt Rembrandt den 5 Januari 1639 het huis, naast dat van Elias gelegen. Het is een flink en stevig gebouwd pand, drie verdiepingen hoog en over de breedte vier vensters tellend.

Het huis, dat nog bestaat, geeft, hoewel thans verdeeld in twee woningen, onder een dak vereenigd, ons nog vrijwel den indruk, dien het gedurende Rembrandt's verblijf aldaar, maakte.

Voor het nieuwe huis betaalt Rembrandt dadelijk ƒ 3250,— gulden, en verbindt zich het restant, nog driekwart der koopsom, binnen eenige jaren te voldoen. Rembrandt, door zijn huwelijk met Saskia en door verschillende erfenissen reeds in goeden doen, hoopt klaarblijkelijk met de groote sommen, welke hem zijn schilderijen opleveren, gemakkelijk aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Zijn onverzadiglijke kooplust, zijn gebrek aan kennis, waar het handelszaken betreft, zijn slordig financieel beheer zullen het hem weldra onmogelijk maken, die afbetalingen geregeld te laten volgen en zoo werkt de aankoop van het huis, als een voorzichtige geldbelegging bedoeld, mede tot zijn ruïne.

Geacht en bewonderd, in 't bezit van een eigen woning, waarin hij zich omringd ziet van 's werelds kostbaarste kunstschatten en wijlend aan de zijde eener liefdevolle en in zijn kunst belangstellende gade, zou Rembrandt's geluk in dezen tijd volkomen kunnen genoemd worden, zoo niet verschillende sterfgevallen in zijn familie hunne schaduw op dat geluk hadden geworpen. Rembrandt's eerstgeborene sterft reeds op jeugdigen leeftijd. Nog worden hem twee kinderen geboren, maar hij mag niet het voorrecht smaken, ze in 't leven te behouden, terwijl Saskia's gezondheid bovendien door haar toenemende zwakte ernstig bedreigd wordt. De zwaarste slag treft Rembrandt in dezen tijd wellicht door den dood zijner moeder, welke te Leiden omstreeks September of October 1640 begraven wordt. Rembrandt heeft ongetwijfeld het verlies zijner, door hem innig vereerde moeder, diep gevoeld; het was vermoedelijk onder den invloed zijner smart, dat de allegorische voorstelling: de jeugd, door den dood verrast, zijn ontstaan vond.

De verdeeling onder de vier kinderen der bezittingen, door de moeder nagelaten, vindt zonder bijzondere moeilijkheden plaats; de leden der familie van Rijn toonen in 't algemeen een zekere aanhankelijkheid voor elkaar, die gunstig afsteekt bij de jalouzie, door Saskia's familie herhaaldelijk getoond. Daarvan moeten haar Amsterdamsche bloedverwanten uitgezonderd worden, welke Rembrandt en zijn vrouw blijvend vriendschap betoonen. Maar de Friesche tak der familie, welke zich ergert aan Rembrandt's spilzucht en over de verdeeling der erfenis van Saskia's vader niet tevreden is, doet den schilder een proces aan, waaruit weer een

Sluiten