Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. hy genoeg kan verdienen, zonder dat hy zich overwerkt, zoodat er ook tyd en lust

kunnen blyven tot studie enz.

Tevens behoort echter voldaan te worden aan de algemeene voorwaarde, dat zoo weinig mogelyk arbeid wordt verspild, dat het aantal visites derhalve, zonder dat de patiënt er echter eenig nadeel door ondervindt, zooveel mogelyk wordt beperkt. Slechts op deze wijze is de nuttige arbeid, die in een bepaalden tyd wordt verricht, zoo groot mogelyk; slechts op deze wyze is bovendien het honorarium, dat uitbetaald behoeft te worden, zoo klein mogelyk.

Wat den geneeskundige betreft, voor dezen is het van belang, dat hy zyn aantal visites zoodanig regelt, dat dit den patiënten aangenaam is. Doet hy dit niet, dan zal zyn praktyk er onder lyden.

Het aantal visites, dat gemaakt wordt, is dus afhankelijk van 2 factoren: a. het aantal, dat de geneeskundige het liefst maakt; b. het aantal, dat de patiënt of zyn familie begeert.

Dat stelsel van honoreeren is nu het beste, waarby deze 2 factoren een correctief zyn voor elkaar, zoodat het juiste evenwicht zooveel mogelyk wordt bereikt.

By het stelsel betaling per visite (of per verrichting), over het algemeen het aangenaamst voor den geneeskundige, is dit echter slechts het geval, indien de visite door den patiënt zelf of door diens familie wordt betaald.

Slechts dèin kan de belangstelling, die de geneeskundige voor zyn patiënt heeft, niet afgemeten worden naar het aantal visites, dat by brengt. Betaalt de patiënt per visite, dan weet hy, dat een beperking van het aantal visites slechts geschiedt in zyn eigen finantiëel belang. De goede geneeskundige kan dus het aantal visites beperken, zonder dat zulks hem wordt kwalyk genomen, zonder dat zyn praktyk er onder lijdt, terwyl die geneeskundige, die het liefst zooveel mogelijk visites maakt, gedwongen is zich hierin te matigen.

Het eenige nadeel van dit stelsel is, dat by veel ziek zijn ook veel betaald moet worden. Dit wordt nu voorkomen, als een zieke zich by een geneeskundige tegen ziekte verzekert; maar ook onmiddellyk komt dan het nadeel, dat de patiënt over het algemeen veel van den geneeskundige zal vergen. Eischte in het eerste geval zyn finantiëel belang dat het advies van den geneeskundige zoo weinig mogelyk werd ingewonnen, nu is dat correctief vervallen, en bij het geringste zich onwel gevoelen wordt meestal de geneeskundige geraadpleegd: „men kan immers niet weten wat er van zal komen, en het is beter te vroeg dan te laat". Is hy bovendien bij den apotheker verzekerd, dan is ook hierdoor het correctief tegen veel medicynen slikken, nl. dat dit ook veel geld kost, weggenomen, en het gevolg is, dat niet alleen de geneeskundige eerder wordt geraadpleegd, maar dat men over het algemeen ook langer medicynen wenscht te gebruiken dan anders. Er wordt derhalve zeer veel van den geneeskundige geëischt, meestal veel meer dan werkelyk noodig is!

De nuttige arbeid hier is reeds noodzakelijkerwijze zeer veel minder dan in het vorige geval, daar telkens een nieuw recept moet worden afgegeven, indien een medicyn verbruikt is" (het fondswezen dient ook reeds daarom zooveel mogelyk beperkt te worden); hij is bovendien noodzakelijker wyze minder ook by niet-veel-eischende patiënten, omdat by betaling per visite de geneeskundige het in schynbaar lichte gevallen by één visite kan laten en kan afspreken dat hij opnieuw geroepen wordt, indien de patiënt niet beter mocht zyn, zonder dat de patiënt dit eenigszins kwalyk neemt; deze heeft daarvoor gaarne de kans van een nieuwe boodschap over, hetgeen echter by verzekering tegen ziekte niet het geval is. De nuttige arbeid zou echter door meer eischen van de patiënten nog veel minder zyn, ware het niet, dat de geneeskundige er natuurlijk belang by heeft het aantal visites tê beperken (hy kan dit niet ad libitum doen en wel 1°. wegens zyn geweten, dat hem verbiedt de patiënten te verliezen, 2°. de concurrentie).

Dat beperken van het aantal visites vinden de verzekerde patiënten niet aangenaam, en als middel hiertegen heeft men gevonden het zich verzekeren tegen ziekte niet by één geneeskundige, maar by een groep geneeskundigen en dezen per visite (of per verrichting) te betalen. Wat hierbij van den nuttigen arbeid terecht komt, is wel te begrypen. De patiënten hebben over het algemeen hoe meer visites hoe liever, en de geneeskundige ontvangt des te meer geld, naarmate hij meer visites maakt. Het is dus niet alleen zijn direct finantiëel

Sluiten