Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat betreft geneeskundige behandeling en pharmaceutische hulp, behoort geen andere grens te worden gesteld dan die van de verzekering zelf.

Artt. 141, 14S en 144.

De Afdeeling de Yecht en O. is van oordeel, dat hier onverzaakt dient geprotesteerd te worden. De medici moeten bleven eischen dat zy, die krachtens deze wet verzekerd zyn, bjj voldoen van de premiebetaling, zoolang zonder eenige beperking recht zullen hebben en houden op de in art. 140 vermelde schadeloosstellingen. Tegenover het Hoofdbestuur wil de Afdeeling vry zyn in het argumenteeren dezer stelling; al moge dit veel geld kosten, het geldt als een onafwijsbare eisch.

Of behalve geneeskundige behandeling ook ziekengeld zal behooren uitgekeerd te worden, wil zy aan de by deze wet betrokken vaste werklieden zeiven overlaten. De ongunstige toestand, waarin de verzekerde zal verkeeren by chronische ziekte, is door het nieuwe wetsontwerp belangryk verbeterd (88b. 40. al. 1 en 2). Hierdoor komen eenige bezwaren (lste, 2de en 3de voorbeeld) van het praeadvies te vervallen.

Art. 144.

De Afdeeling Walcheren meent, dat in het Wetsontwerp opgesomde schadeloosstelling veel ruimer is dan ooit een ziekenfonds in ons land heeft kunnen bereiken; maar Art. 144 is zoo fataal voor den verzekerde, dat zonder radicale verandering de Wet onuitvoerbaar zalblyken te zyn.

Scherp en afdoende is in het praeadvies op dit belangryk punt gewezen.

Art. 150, 8ub. 1.

De Afdeeling Alkmaar en O. meent dat, waar de Wet in bepaalde gevallen ziekenhuisverpleging verplicht stelt, de Regeering behoort, öf zorg te dragen dat alle ziekenhuizen aan zekere minimum-eischen voldoen, öf de ziekenhuizen aan te wyzen, waar deze verpleging moet geschieden.

De Afdeeling De Yecht en O. kan zich met dit artikel vereenigen.

Art 150, sub. 2, 3 en 4.

De Afdeeling Alkmaar en O. constateert dat by het bepaalde, sub. 2 en 3, niet is aangegeven te wiens beoordeeling deze feiten zyn; zy moeten luiden:

2e. als de behandelde geneesheer oordeelt dat de gedragingen van patiënt in stryd zyn met zijn voorschriften;

3e. als de behandelende geneesheer of het Bestuur der kas oordeelt dat de toestand of houding van patiënt observatie noodig maakt.

Sub. 4 kan vervallen, maar aan dit artikel behoort te worden toegevoegd een alinea betreffende het recht van beroep van den patiënt voor deze gevallen. Deze punten zyn alleen uitvoerbaar, als het bestuur der kas is samengesteld, zooals in art. 53, sub. 1 is aangegeven.

Art. 150, sub. 4.

De Afdeeling Tiel stelt voor tusschen de woorden „het bestuur der ziekenkas, waarby hij verzekerd is" en „zulks gelast" in te voegen de woorden: „den behandelenden medicus gehoord".

Deze Afdeeling wenscht in de laatste zinsnede te doen vervallen de woorden: „twee derden van".

Art. 150, sub. 1, 2, 3 en 4.

De Afdeeling Alkmaar en O. acht het noodzakelyk dat in de sub. 1, 2, 3 en 4 genoemde gevallen den patiënt het recht van beroep dient te worden toegekend. Deze punten zyn alleen uitvoerbaar, indien het Bestuur der ziekenkas is saamgesteld uit vertegenwoordigers der medici, der apothekers, der verzekerden en der werkgevers, in gelijk aantal, onder voorzitterschap, zooals reeds is aangegeven, van een directeur-ambtenaar of een directeur-notabele.

Sluiten