Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 159a,

De Afdeeling Alkmaar en O. vindt dat deze bepaling onbillijk is, daar op deze wijze het intreden van den partus vóór het natuurlijk einde, een omstandigheid dus geheel onafhankelijk van den wil van de vrouw, met inhouden van schadeloosstelling wordt gestraft.

Bovendien onbillijk, omdat een werkman, die voor die fatale 180 dagen los arbeider was, maar verzekerd in een fonds voor verloskundige hulp van zijn vrouw, door het gedwongen toetreden tot de officiëele kas nu die hulp niet meer zou kunnen verkrijgen.

De Afdeeling Deventer acht de uitsluiting van het recht op schadeloosstelling wegens kraam, indien de vrouw niet de laatste 180 dagen verzekerd is geweest, inhumaan. Alle gevolgen van zwangerschap dienen te worden schadeloos gesteld.

De Afdeeling Njjmegen en O. wenscht dezen termijn bekort te zien tot 200 dagen, omdat vrouwen, die zwaar werk verrichten, dikwijls vroegtijdig bevallen en daardoor uitgesloten zouden zijn.

De Afdeeling de Vecht en O. gaat niet mede met de beschouwingen van het H. B. S. waarbij dit tegen het oude artikel 180 bezwaren maakt. De reden, dat wegens niet ten volle 180 dagen verzekerd geweest zijn der kraamvrouw schadeloosstelling vervalt, wanneer dit getal dagen niet direkt aan de bevalling voorafgegaan is, komt billijk voor met het oog op het hieromtrent in de Memorie van Toelichting besprokene.

Art. 1596.

De Afdeeling Alkmaar en O. vindt dit een ten deele overbodige alinea. Tot aan de veroordeeling wordt dus hulp verleend, daarna niet meer, maar dan is die niet meer noodig, daar dan de geneeskundige dienst bij de gevangenissen die taak moet overnemen. De beperking, hier bedoeld, moet alleen betrekking hebben op ziekengeld.

De Afdeeling Deventer en O. acht de uitsluiting van het recht op schadeloosstelling wegens ziekte, welke het gevolg is van herhaald misbruik maken van sterken drank, eveneens niet gemotiveerd; zij wijst hierbij o.a. op het feit, dat vele vormen van krankzinnigheid enz. zich het eeist openbaren in drankzucht. Waarom moeten aan deze moreel zwakken de hulp ontzegd worden. Hierdoor wordt juist het optreden tegen de drankzucht bemoeilijkt. Bovendien is het zeer moeilijk uit te maken waar drankzucht als aetiologisch moment aanwezig is en komt men in botsing met het ambtsgeheim.

De Afdeeling Utrecht voelt zoozeer het in de Memorie van Toelichting geoppende bezwaar, dat n.1. de vrouw, ten einde bij haar bevalling schadeloosstelling te ontvangen, zich korten tijd vóói de bevalling tijdelijk in vasten loondienst zal kunnen begeven, dat zij meent dat deze bepaling niet in de Wet kan worden gemist.

De Afdeeling de Yecht en O. meent dat verdere regeling dient getroffen te worden omtrent het verliezen van recht op schadeloosstelling wegens een ziekte, opgedaan bij deelnemen aan een misdrijf. Niet is vermeld wie aan de medici honorarium zal betalen voor hulp aan deze verzekerden verleend, tusschen het plegen van het misdrijf en hun veroordeeling. Dit belang springt in het oog, wanneer men let op mogelijke verwondingen, bij poging tot misdrijf opgedaan.

De Afdeeling Walcheren acht het begrip: deelneming aan misdrijf zoo rekbaar, dat zelfs heel kleine vergrijpen daaronder vallen.

Art. 159 c.

De Afdeeling Alkmaar en O. meent dat dit een bepaling is, alleen uit te voeren, wanneer het hier bedoelde verband wordt geconstateerd door den medicus. Medisch-ethisch foutief, daar, zóó de geneesheer optreedt als politieagent van de kas, en bijna altijd onuitvoerbaar, omdat het verband in rechten niet te bewijzen is. Deze bepaling moet als onchristelijk worden veroordeeld.

Sluiten