Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ad art. 12. Deze bepaling is door opheffing der betrekking van adjunct-inspecteur noodzakelijk geworden.

re(jenen van comptabelen aard is het wenschelijk dat de aan de plaatsvervangende inspecteurs door de inspecteurs te geven opdrachten steeds door den Minister van Binnenlandsche Zaken worden goedgekeurd.

In de benoeming van de commissie voor apotheken-visitatie kan ook op deze wyze worden voorzien, immers art.'-13 geeft den inspecteur tot het benoemen der gew N -et ie commissiën voldoende recht, terwijl de besluiten van uen gezondheidsraad eenheid in dezen zullen waarborgen. Zoolang de bestaande wet , regelende de uitoefening der artsenij bereidkunst niet is gewyzigd kan dus aan hare voorschriften nog word'en voldaan.

Ad al l\ I5; I!eze redactie wordt boven die der 3de alinea van art. 14 der bestaande wet verkozen, omdat de ondervinding leerde, dat meermalen eerst nadat maatregelen in het belang der volksgezondheid door gemeentebesturen waren vastgesteld of gewyzigd, aan den inspecteur uit de toezending der verordening if 'j ra,a.4 zlc^ met de behandeling daarvan had bezio-

gehouden, waarbij overleg en toelichting zijnerzijds somtijds zeer gewenscht zou geweest zyn.

Ad art. 19 Aangezien in den regel door de plaatselijke gezondheidscommissiën althans voor een deel voorzien zal worden in de behoefte aan geneeskundig toezicht in de grootere gemeenten, zal het toezicht der plaatsvervangende inspecteurs zien vooral tot de kleinere gemeenten kunnen bepalen.

Ad art. 20. De periodieke aftreding omtrent de leden der geneeskundige raden in art. 25 der bestaande wet voorgeschreven , wordt behouden, in dien zin dat ieder plaatsvervangend inspecteur voor drie jaren, aanvangende met zijne benpöiumg, wordt aangesteld. Voor uitsluiting van herbenoeming vinden wy geen reden; deze zou in het nadeel van den dienst kunnen zyn.

Ad art. 22. De heilzame invloed van verscheidene gezondheidscommissie^ op de sanitaire belangen der gemlenten, leidt er toe om de oprichting van dergelijke commissiën voor alle gemeenten boven 15 000 zielen en daar waar dat verder door Oredeputeerde Staten der provincie, den gemeenteraad gehoord, n0°dzakelijk wordt geacht, in het algemeene belang verplichtend te stellen. ë

Daar m dergelijke commissiën, naar de ondervinding leerde, ieder die de hygiënische wetenschap of een onderdeel daarvan tot een onderwerp van studie maakte, op zyneplaats kan zijn. hetzy hy geneeskundige of scheikundige, veearts, fabrikant of ingenieur is, en hier veel van locale en individueele omstandigheden afhangt, meenen de ondergeteekenden de samenstelling der commissiën geheel aan den gemeenteraad te moeten overlaten. Alleen wordt noodzakelijk geacht dat de gemeentegeneeskundige of een der gemeente-geneeskundigen, door zijne betiekkmg bekend met de behoeften op sanitair gebied vooral van de onvermogenden, in de commissie zitting hebbe.

Ad art. 23. De geneeskundige armenverzorging, vaccinatie en doodschouw zyn hierbij afzonderlijk genoemd, daar zij bovenal voortdurend de aandacht behoeven.

Sluiten