Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier het hout nog bijna geheel gaaf is. Alleen in het centrum ziet men wondhout, als opstijgende voortzetting van het zooeven besprokene.

Een verschijnsel, dat bij deze ziekte optreedt, is de vorming van adventiefwortels uit de oudere bladsporen. Dit verschijnsel is niet kenmerkend voor deze ziekte alleen, want planten, die slechts door Anthomyia zijn aangetast, herstellen zich op dezelfde wijze. Heeft eenmaal de kanker op een plant vat gekregen, dan voedt zij zich wel door deze adventiefwortels, maar zij blijft toch kwijnen en langzaam dringt de kanker verder door.

Terwijl wij in het voorgaande twee vormen van infectie leerden kennen, geeft figuur 40 een voorstelling van inleiding van den kanker door Barislarven. Deze plant was alleen door Bar is aangetast, vele andere zijn zoowel door Bans als door Anthomyia beschadigd. Bar is graaft zijn gangen in het merg van den stengel; Anthomyia in de schors en mergverbindingen van den wortel. Dikwijls graven zij zoover, dat hun gangen ineenloopen, maar somtijds zijn de wonden niet met elkaar in samenhang. Om een denkbeeld te geven van de talrijkheid dezer beschadigingen, zij hier vermeld, dat ik op een veld met 528 planten, 108 z.g. vallers vond; 61 er van waren zoowel door Anthomyia als door Bar is aangetast; 44 door Anthomyia alleen, en 3 door Bans alleen. Op een ander veld met ongeveer 800 planten, vond ik 80 vallers; 49 er van waren zoowel door de vlieg als door den kever beschadigd; 31 door de vlieg alleen. Op weer een ander veld met ongeveer 1000 planten, vond ik 13 vallers, 8 met beschadiging door Anthomyia èn Bar is, 3 met beschadiging door Anthomyia alleen.

Men ziet in fig. 40 het gaatje boven een bladbundel, waar de kever het ei gelegd heeft, en van waar uit de larve zich verder in het merg heeft ingeboord. Op de inwendige adventiefwortels, die hier in beeld gebracht zijn, kom ik nader terug. Hier moet alleen geconstateerd worden, dat van dit gaatje uit, de kanker zich door de schors heeft uitgebreid. Ook in het hout zijn vezelige, en in het merg week wordende en inzinkende plekken aanwezig. Waar zij aan de holte grenzen, zijn zij door een laagje schimmel als door een dun vilt bedekt. Voor zoover het merg niet uitgevreten is, valt het ineen, en er ontstaan luchtholten in. Ook is dikwijls het merg, dat nog met kankert, eenigszins ingedroogd, zoodat er horizontale barsten in ontstaan, die overgaan in lensvormige holten. De kanker had zich, bij de alleen door Baris beschadigde plant van fig. 40, van uit den bladbundel rondom in den stam verbreid. Boven de kankerplek maakte deze plant adventiefwortels, die ongeveer 1 d.M. boven den wortelhals zaten.

Nog zijn er eenige gevallen gevonden van planten, waar het hart uit-

Sluiten