Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Phoma oleracea een enkelen maal in huidmondjes zien binnendringen; de stand van zaken is hier dus eenigszins anders dan bij Sclerotinia Sclerotiorum en Sclerotinia Trifoliorum, waarvan De Bary (45) vond, dat alleen een saprophytisch versterkt mycelium pathogene eigenschappen heeft

Ik heb deze sporeninfectie door huidmondjes, dus zonder wond, alleen waargenomen bij volgroeide bladeren van „rijpe" kool; gave, groeikrachtige planten worden in 't geheel niet geïnfecteerd; ook niet zeer jonge kiemplanten, van welke men zou kunnen verwachten, dat zij nog onvoldoende gehard zijn tegen den aanval van de zwam (zoo is 't b.v. bij zeer jonge, bovenaardsche organen van onze naaldboomen ten opzichte van Botrytis Douglasi). Opzettelijke proeven bewezen mij dit; zaad werd b.v. geïnfecteerd en te kiemen gelegd; zaad werd gezaaid in sterk geïnfecteerden grond: in beide gevallen kwamen er gezonde planten uit voort.

Eenigszins nader zal ik hier bespreken de infectieproeven, genomen op planten, gereed om van de zaaibedden naar hun definitieve standplaats te worden overgebracht. Die infecties zijn uitgevoerd, vergelijkenderwijs: zonder verwonding, in zeer oppervlakkige wonden, en in wonden, die de werking van Anthomyia- en /forzVlarven nabootsten.

Proef A. Op 18 Mei t905 werden 20 zulke „baanrijpe" planten (10 van bloemkool en 10 van roode kool) in den tuin van het Phytopathologisch Laboratorium „Willie Commelin Scholten" te Amsterdam, zonder voorafgaande verplanting, dus zonder wortelverwonding, besmet door mycelium en sporen van een drie weken van te voren aangelegde reincultuur. Dit geschiedde door de zwam, die zich bevond op een reepje van den voedingsbodem, tegen den gereinigden wortelhals te bevestigen door middel van een propje watten. Vervolgens werd de plant met den wortelhals zoowat 5 c.M. onder de oppervlakte gepoot, en een dag lang werd een omgekeerde bloempot over de plant heengestulpt, om haar voor te sterke uitdroging te behoeden.

Proef B. Op denzelfden dag werden 20 dito planten besmet door de zwam te brengen op den gereinigden wortelhals, nadat daar plaatselijk de buitenste lagen van de primaire schors waren afgesneden.

Nog 20 dito planten werden voor contróle gehouden.

Op 2 en 4 Augustus kon, in aanmerking genomen het ongeveer tweemaandelijksch incubatietijdperk op de velden, gevoegelijk de proef als geëindigd beschouwd worden.

Echter om te zien, wat in dien tusschentijd gebeurde, werd af en toe in de maanden Juni en Juli een plant onderzocht, maar van elke partij van

8

Sluiten