Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daire phloëem is samengedrukt en geoblitereerd. In het nieuw gevormde phloëem hebben zich, evenals in het normale secundaire phloëem, sklerenchymbundels gedifferentieerd, en ook de myrosinecellen komen hierin voor, zooals na de onderzoekingen van Spatzier (15) over het voorkomen-van deze idioblasten in geregenereerde plantendeelen te verwachten was. Behalve van het cambium, is er ook van het gewonde phloëem, regeneratie uitgegaan. Het phloëem heeft namelijk een callusmassa gevormd, die de oude houtcylinder met de oude primaire schors verbindt, en die zich aan zijn oppervlakte door periderm heeft afgesloten. Ook het merg kan zich door callusontwikkeling herstellen, maar menigmaal blijft de vorming daarvan achterwege. Callus in het merg, heb ik menigmaal waargenomen, wanneer de wondvlakte van de buitenlucht ongeveer geheel was afgesloten, zooals dat in de gangen van Bans het geval is. Waar het evenwel geheel aan de atmosfeer is blootgesteld, drogen de buitenste cellen op, en in de dieper gelegen cellen voltrekken zich deelingen, precies zooals wij zagen bij verwondingen van de primaire schors. Niet alleen verkurking, maar ook verhouting van celwanden, heeft dan langs de heele oppervlakte van den mergrand plaats.

Het blootgelegde gedeelte van den ouden houtring heeft alle eigenschappen van kernhout aangenomen. De vaten zijn door gomproppen gesloten. De gom heeft de eigenschappen, die Frank (49) voor deze substantie als kenmerkend opgeeft. De wanden van alle houtelementen hebben een bruine kleur aangenomen. Om de protoxyleemvaten hebben zich de cellen door tangentiale tusschenschotten gedeeld, en zoo is er een cylindertje van kurk om die vaten ontstaan (fig. 45). Dit is een zeer merkwaardig verschijnsel, waarvan hier en daar een analogon in de literatuur voorkomt (64). Dit proces, en ook de vorming van kernhout, zet zich in lengterichting veel verder voort, dan de wond zelf. Daar het kernhout een zeer donkere kleur aanneemt, schijnt het bij beschouwing met het bloote oog zwart. Snijdt men gezonde wortels door, dan bemerkt men, dat er bijna geen enkele vrij is van zwarte strepen in lengterichting, zooals er trouwens geen wortel vrij is van kleine wondjes, meestal een gevolg van de verplanting. Ook de worteldeelen, in welke Phoma groeit, zijn donker van kleur. Dit deed mij bij 't begin van het onderzoek vermoeden, dat al die wortels met zwarte plekken door de zwam waren aangetast, wat echter niet het geval is. De bewering van sommige practici, dat zij bij het oogsten elke toekomstige kankerstronk aan zwarte stipjes op de snijvlakte zouden kunnen herkennen, houdt dan ook geen steek. Zeer dikwijls komt in geoogste kooien op die plekken de zwam voor, maar niet altijd.

Sluiten