Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwendige wortels ontstaan op overeenkomstige plaats. Microscopisch onderzoek van de verdikking der bladsporen leerde mij, dat in den callus der bladsporen reeds de aanleg der wortels aanwezig is. Zelfs heeft ook wel eens uitgroeiing daarvan plaats bij gezonde planten, als een bladspoor met den vochtigen bodem in contact is, maar in veel sterker mate is dit het geval na verlies van een groot deel der wortels.

De jonge adventiefwortel heeft gedurende zijn ontwikkeling de stengelschors te verdringen, waarbij de cellen daarvan geresorbeerd worden en de epidermis doorbroken. De aansluiting tusschen de vaten van den adventiefwortel en die van de bladsporen wordt door korte, netvormig verdikte tracheïden tot stand gebracht; evenzoo verbinden korte elementen de zeefgedeelten. De jonge adventiefwortels zijn van denzelfden bouw als de primaire wortels van de kiemplant.

Nu rest ons nog, in bijzonderheden na te gaan, hoe Phoma oleracea inwerkt op de planten. Wij zagen reeds in het vorig hoofdstuk, dat zij rijpe kool zonder wond kan infecteeren, door binnen te dringen in de huidmondjes. Dat de zwam niet direct tusschen de epidermiscellen zelve vermag in te boren, is waarschijnlijk te danken aan het waslaagje, dat de koolbladeren bedekt. Op roode koolbladeren kan men den uitslag van de proef het best nagaan. Terstond na het indringen toch zien wij, dat de inhoud van de parenchymcellen, die onder het stoma gelegen zijn, niet meer rood, maar groen is gekleurd. En bij toevoeging van salpeteroplossing zien wij bovendien, dat de cellen met groenen inhoud het vermogen van plasmolyse hebben verloren. Het protoplasma is gedood; de vacuolewand heeft zijn weerstand verloren; het celvocht en de protoplasmatische vochten hebben zich vermengd, zoodat de reactie in de geheele cel alkalisch is geworden. Dit geschiedt vóórdat de hyphe de groen wordende cellen bereikt; wij hebben hier dus met een difïfundeerend toxine te maken, zooals dat voor meerdere parasitische organismen wordt aangenomen en waarvan de aanwezigheid b.v. door Van Hall (63) voor Bacillus subtilis proefondervindelijk is vastgesteld.

De afsterving van het protoplasma breidt zich allengs over meerdere cellen uit; wij krijgen dan onder het microscoop beelden te zien als in fig. 46. Bij het huidmondje ziet men eenige cellen, die reeds bruin zijn, daaromheen een grooter aantal groene, en ten slotte normale roode cellen, als in de figuur geplasmolyseerd. Grootere kankerplekken op roode koolbladeren hebben ook steeds nog een fijn groen randje om het bruingeworden gedeelte. De infectiehyphen dringen tusschen de cellen door, zij groeien intercellulair.

10

Sluiten