Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewoonlijk 25-voudig verdund met steriel water; van deze vloeistof nu wordt 1 c.M'. op eene vleeschbouillon-gelatineplaat uitgestreken. Nadat de cultuur gedurende driemaal vier-en-twintig uren bij 22° C. is geplaatst geweest, wordt zij aan het onderzoek onderworpen. In de eerste plaats wordt het totaal aantal opgekomen kolonie's geteld. Wat bij de coli-bacteriën gezegd is, geldt ook hier, namelijk dat een groot aantal kiemen wijst op eene recente vermenging met zoetwater, daar deze kiemen in water met een hoog keukenzoutgehalte spoedig te gronde gaan. In de tweede plaats wordt nagegaan hoeveel kolonie's de gelatine hebben doen versmelten. De kiemen op de plaat, welke dat vermogen bezitten, behooren voor het meerendeel tot de proteusgroep; zij treden in grooten getale overal daar op, waar rotting van plantaardig of dierlijke materialen plaats heeft. Onder de andere versmeltende kolonie's springen vooral de fluorescenten in het oog door de groene zone, die haar omgeeft, terwijl ook de niet versmeltende fluorescenten hieraan gemakkelijk herkenbaar zijn. In polderwater komen de fluorescenten bijna zonder uitzondering in vrij grooten getale voor; zij sterven echter in het zoute water zeer spoedig af, reden waarom hunne aanwezigheid in een monster zeewater wgst op vermenging met eene groote hoeveelheid polderwater, welke kort geleden plaats heeft gehad. Door toepassing van ophoopingsproeven van deze bacteriënsoort namelijk in duinwater-asparaginekaliumphosphaat bij lage temperatuur, onder aërobe conditie's, kan men een vrij goed inzicht krijgen in den staat van verontreiniging, waarin het water verkeert. De wijze van verdunning heeft op dezelfde manier plaats als voor de coli-bacteriën beschreven is.

Wat de niet versmeltende kolonie's betreft, zijn dit voornamelijk coccen, in zeldzamer gevallen treden ook coli-bacteriën op den voorgrond, doch deze alleen wanneer zij in grooten getale in het water aanwezig zijn.

Onder de kleurstofproduceerende bacteriën trekken, behalve de reeds genoemde fluorescenten, variëteiten van de micrococcus prodigiosus, welke in sterk verontreinigd water vaak voorkomen, sterk de aandacht door de bloedroode kleur harer kolonie's. Staphylococcen en streptococcen ontbreken ook gewoonlijk in zeer vuil water niet.

Bij den gewonen gang van het onderzoek worden de watermonsters en schelpdieren niet speciaal op de aanwezigheid van typhus-bacteriën onderzocht. Slechts dan wanneer in eene streek typhusgevallen geconstateerd zijn en daarbij het topographisch onderzoek heeft aangetoond, dat de mogelijkheid van het voorkomen van typhus bacteriën in het te onderzoeken monster niet uitgesloten is, bestaat er reden voor om het onderzoek in deze richting uit te breiden. Drigalsky- en Endopiaten blijken in zulke gevallen het meest geschikt om, vooral na toepassing van ophoopingsproeven voor typhus-bacillen in caffeïne-houdende cultuurvloeistoffen, eventueel voorkomende microben van deze soort op den voorgrond te doen treden. Zij zijn dan door de eigenaardige kleur van hare kolonie's op bovengenoemde platen te herkennen. Daar de typhus-bacteriën zeer snel in zeewater afsterven, veel sneller dan de coli's, heeft men alleen daar kans op een positief resultaat van het typhus-onderzoek! waar het zeewater zeer kort geleden verontreinigd is geworden met eene zeer groote hoeveelheid polder- of rioolwater, dat met deze microbe besmet is.

Sluiten