Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorby als voor dat van elk ander. Maar met dit onderscheid, dat zy voor hem zyn teekenen van de werkzaamheid Gods. Hij schouwt de verschijnselen als opgekomen uit de peillooze diepte van het onzienlijke werken Gods. Ook in het mechanisch verloopend proces is de manifestatie der hoogste rede, die ook onze menschelijke rede opriep. Daarin rust j de zekerheid onzer wetenschap, dat de rede in ons ontsproten is aan denzelfden wortel, waaruit geheel de kosmos opwies.

Ook het levensprobleen zal van uit dit standpunt moeten benaderd. Dat zou moeten, ook dan als men de vitale verschijnselen mechanisch kon verklaren. Dan nog zou het verschijnsel des levens { uit het onzienlijke opkomen. Het levensprobleem heeft echter dit bijzondere, dat het ons meer dan eenig ander tot taak stelt het aan(( rakingspunt te zoeken, waar de eeuwige Schepper aan het ge'l schapene roert.

Zooals het wereldproces zijn oorsprong vindt in de wereldidee, die God zich denkt, zoo is de drijfkracht in dat proces product van de werking zijns Geestes, die den Raad des Almachtigen realiseert. Daarom woont die Geest in het geschapene in. Calvijn omschrijft dat aldus, dat Hij inwonend in alles, ook alles onderhoudt, krachten geeft en levend maakt, wat in hemel en op aarde is.')

De Geest is God en dus geldt ook van Hem, dat Hij „actus purissimus" is. Daarom kan Hij in oneindige volheid de geschapene \ energie als vonken uit de lichtzee van zijn deugdenbeeld zaaien. En ' Hij werkt daarbij niet willekeurig, niet in de chaotische grilligheid van het toeval, maar realiseerend de lijnen der wereldidee, waarin zich de glans van het absolute Wezen zelf afspiegelt. *) De schep-

*) Institutiones Christianae religionis. I, 13, 14. Ille enim est, qui ubique diffusus omnia sustinet, vegetat et vivificat in coelo et in terra. Jam hoe ipso creaturarum numero eximitur, quod nullis circumscribitur finibus. Sed suum in omnia vigorem transfundendo, essentiam, vitam et motionem, illis inspirare, id vero plane divinum est.

8) Summa theologica Divi Thomae Aquinatis, accurante J.-P. Migne, 1853. Pars la, Quaest. XXV, art. 1. Ostensum est quod Deus est purus actus, et simpliciter et universaliter perfectus, neque in eo aliqua imperfectio locum habet. Unde maxime ei competit esse principium activum etnullo modo pati: Ratio autem activi principii convenit potentiae activae; nam potentia activa est principium agendi in aliud; potentia vero passiva est principium patiendi ab alio. Relinquitur ergo quod in Deo maxime sit potentia activa.

Zie ook Francisci Junii, Opuscula theologica selecta recognovitD.Abr.Kuyperus.Amstelod. 1882,Theses Theologicae, p. 321. No. 32. est enim purus actus sine permistione ullius potentiae, simplicissimus et perfectissimus.

Sluiten