Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de geldswaarde zal wel niemand komen redeneeren, want dat onderwerp is te moeielijk in de behandeling, om er eer en honorarium mee te winnen. Ook den rentevoet zal de redenaar laten rusten, want hij zou bang wezen, dat gij hem hieldt voor een kapitalist; en reeds zoover is de misleiding gekomen, dat de kapitalisten in slechten reuk staan. &

Veel meer is er nog, dat tot het gebied der maatschappij behoort en dat men nog altijd door den staat wil laten regelen. Vandaar dat het zoo gemakkelijk is voor toekomstige volksvertegenwoordigers, veel schoons en goeds te beloven; vandaar dat er zoo bitter weinig terecht komt van al die schitterende programs van actie, van al de heerlijke voornemens, die men te goeder trouw aan de kiezers voorlegt en die toch geen resultaat kunnen hebben; vandaar dat elke arbeidswet een doodgeboren kindje en elke partij- of staatsbemoeiing ter oplossing van sociale kwestiën een ijdel pogen zal zijn; vandaar ook, dat de socialisten zeiven niet weten, wat zij willen, en dat eene regeering met Christelijk bewustzijn voor de sociale nooden al even weinig kan doen als de allergoddelooste.

V.

De plichten van den Staat.

„Eer uwen vader en uwe moeder, opdat het u wèl ga," zegt een der Tien Geboden.

In het hoeveelste gebod leest men: „Uw kind zult gij liefhebben en verzorgen?"

Met woest gebrul bespringt de leeuw den buffel; de stoot der scherpe hoornen kwetst hem, doch des te geweldiger slaat hij zijne klauwen in den gespierden nek, — en straks sleept hij zijne prooi naar zijn nest.

Vonde hij daar zijne jongen niet of vonde hij ze dood, hoe treurig en radeloos zou hij, de schrik anders der wildernis, den kop laten hangen; hoe zou nameloos wee zijn hart doen krimpen; hoe zou een stroom van heete tranen aan de straks nog zoo moordlustige oogen ontspringen, indien de natuur dezen troost niet aan het dier ontzegd hadde.

Niet minder dan de machtige leeuw, bemint de kleine mier hare jongen; ja, in de werkmier, die zelve niet eens de

Sluiten