Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In naam van den godsdienst moogt gij geene handelingen begaan, die volgens onze wetten strafbaar zijn, zelfs al schrijft uw godsdienst dergelijke handelingen voor.

Moest men vroeger lid der staatskerk zijn, om een staatsambt te kunnen bekleeden, nu „genieten" volgens art. 169 de belijders der onderscheidene godsdiensten (mooi gezegd, nietwaar: „belijders der godsdiensten" !) allen dezelfde burgerlijke en burgerschapsrechten en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van waardigheden, ambten en bedieningen."

Dat is in de practijk nog niet doorgedrongen. Al hebben ze gelijke „aanspraken", de Joden zijn wel zoo wijs, dat ze maar weinig solliciteeren naar openbare ambten en bedieningen en nog veel minder naar waardigheden. Zoover zijn we nog niet gevorderd in de toepassing van art. 169, dat we een Jood, hoe bekwaam en geschikt ook, zullen bekleeden met een ambt, eene bediening of eene waardigheid, zoolang er een Christen met hem solliciteert. Doch het is eene schrede vooruit, dat ten minste de „aanspraken" gelijk zijn.

Binnen gebouwen en besloten plaatsen is alle openbare godsdienstoefening toegelaten, — behoudens de noodige maatregelen tot verzekering der openbare orde en rust. Buiten de gebouwen is openbare godsdienstoefening alleen geoorloofd, waar ze vóór 1848 naar de wetten en reglementen was toegelaten, (art. 170).

Hier heeft de grondwetgever het oog op de processiën in de katholieke streken van ons vaderland. De protestant, die zulk een godsdienstigen optocht nooit gezien heeft, kan er zich moeielijk eene voorstelling van maken. Die processiën hebben vaak tot ernstige ongeregeldheden aanleiding gegeven, doordien andersdenkenden niet genoeg eerbied toonden voor het heilige. Daarom — in het belang der openbare orde en rust, en wij mogen wel zeggen: in het belang van den godsdienst zeiven, — mogen dergelijke optochten alleen gehouden worden in de steden en dorpen, waar ze vroeger bestonden. In Groningen, Friesland, Drente, Utrecht en Zuid-Holland zijn ze dus door de grondwet niet toegelaten; in Noord-Holland alleen in de gemeente Laren.

En nu komt het veelbesproken art. 171.

Sluiten