Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk 2,200,000 man

Duitschland 2,900,000 „

Rusland 2,500,000 „

Oostenrijk 1,300,000 „

Italië 800,000 „

Samen 9,700,000 „

Zegge: haast tien millioen geoefende en fijn gewapende

strijders, 't Is nog op verre na niet het heele Europeesche concert!

* *

*

De veldslagen zijn, zooals we gezien hebben, niet zoo verschrikkelijk, als de phantasie ze zich afmaalt. „Het sterven op het bed van eer" is het lot van slechts een klein deel dergenen, die ten strijde trekken.

Daarenboven is dat „vallen" en „sneuvelen" niet zoo deerniswekkend als de meeste ziekten, die den mensch „ten grave sleepen". Een schot, een houw, een steek, die een edel levensorgaan kwetsen, nemen het bewustzijn dadelijk weg en de dood volgt onmiddellijk. Hoeveel pijnlijker en langzamer werken de kwalen, waaraan dagelijks menschen om ons heen bezwijken! „Hodie mihi, cras tibi: heden mij, morgen u!" roepen onze kerkhoven. De natuurlijke, de smartelooze dood ten gevolge van volkomen versletenheid is het voorrecht van weinigen. In Duitschland sterven jaarlijks meer dan 1,200,000 menschen, ruim 25 percent van de bevolking; daarvan een achtste of 150,000 menschen aan tering en een tweede achtste aan andere infectie-ziekten.

Wat beteekent daartegenover de oogst des doods in een oorlog ?

Maar, zegt men, op het slagveld staat de bloem der jongelingschap, het gezondste en sterkste deel des volks.

Dat is waar en 't is ook heel erg. De strijders, die het ergste blootgesteld worden, zijn mannen tusschen de 20 en 30 jaar.

Edoch, in Duitschland sterven in vredestijd gemiddeld 63,620 mannen en vrouwen in dien leeftijd. Wat, vragen we alweer, beteekent daartegenover een oorlog?

Gaat men de statistiek na, dan ziet men, dat de „dood op het bed van eer" het sterftecijfer in een land slechts weinig verhoogt.

De groote Europeesche oorlogen van 1793 tot 1815, waarbij,

17

Sluiten