Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VIERDE EEUWFEEST VAN CROMSTRIJEN.

(Juni 1892.)

o Land, door noeste vlijt ontwoekerd aan de golven,

Door onze vadren eens uit poel en slijk gedolven!

Schonk God elk volk een g rond, U schiep onze eigen hand: Gij zijt ons eigendom, geheiligd Vaderland!

er eeuwen geleden was de schoone landouw, die we als Cromstrijen, eene der jongste onder hare Hollandsche zusteren, kennen, op geene kaart te vinden.

De zee rolde in het voor- en het najaar heur schuim tot aan Westmaas; in het gunstige jaargetijde werd haar door een paar dammen belet, wat lage graslanden te overstroomen, die door de rentmeesters der graven van Holland, heeren van Strijen, voor minder dan een gulden per morgen werden verhuurd pn waaroo enkele stuks vee een sober bestaan vonden.

Zuidwaarts zag men een paar platen boven het water uitsteken, en daarop ruischte het riet en nestelden de zeemeeuwen

en roerdompen.

De eenige mensch, die zich in 1492 op de watervlakte, de

poelen, de kreken en de rietplaten bewoog, was Claes Dankerts,

de visscher en vogelaar.

Weiden, rietvelden, vogelkooien en visscherijen, ze waren in 1492 gezamenlijk verpacht voor.... twee en veertig gulden en zeven stuivers.

En zoo was het al geweest sedert onheuglijke jaren. De graven en hunne rentmeesters- waren tevreden, als zij elk jaar ongeveer dezelfde som konden ontvangen.

Jacoba van Beieren, Philips van Bourgondië, Karei de Stoute, Maximiliaan van Oostenrijk, Philips de Schoone, Keizer Karei V

Sluiten