Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijkelijk onbewogen. Voor haar bestaan geene eeuwen, voor haar is de eeuwigheid; en in den oceaan der eeuwigheid zijn

honderd jaren slechts een golfje. _ ,

Och, ook voor het gebouw der wereldgeschiedenis is eene

eeuw slechts een enkele steen!

Maar voor ons menschen beteekent eene eeuw het leven van drie geslachten: die den vorigen eeuwdag vierden* waren de grootouders van de oudsten, de overgrootouders van

de jongeren onder ons. .

Tijdens het bestaan en door den arbeid der laatste drie geslachten is echter de menschheid meer vooruitgegaan in de kennis der wereld, der natuur, der krachten, en in de toepassing daarvan, dan onder dertig voorgaande. De negentiende eeuw was grooter, was heerlijker dan al hare voorgangsters.

Elk tijdperk heeft zijn stempel. Op onze Gouden Eeuw volgde onze pruikentijd; op de eeuw der wijsbegeerte volgde die der revoluties. De negentiende eeuw is die der practisch e toepassing van de natuurwetenschap.

Merkwaardig! Wie de honderd jaren overziet, wordt getroffen door de geweldige vorderingen, die de wetenschap maakte, doch niet minder door de verschrikkelijke oorlogen, die de volken tegen elkander voerden. Hij krijgt ten slotte den indruk, dat de vooruitgang niet ondanks, maar ten gevolge van die oorlogen kwam. De strijd staalde de krachten, scherpte de vernuften, eischte de vindingen, verplaatste het menschdom ten slotte als in eene tooverwereld en

schrapte het woord „onmogelijk."

De eerste helft der negentiende eeuw is vol van de daden en den roem van Napoleon, de tweede stond onder het

gesternte B i s m a r c k.

Wat beteekenen die namen anders dan oorlog, dan bloedige slagvelden, dan dood en ondergang? Ze beteekenen tevens rijk beloonden arbeid, inspanning van allen, verheffing en geestdrift.

Ze beteekenen nood en tegelijk vinding der middelen, om in den nood te voorzien en nog veel over te houden, zooveel over te houden, dat onze eeuw niet die van Napoleon en Bismarck zou heeten, indien de menschheid niet hare tijdperken afmat naar het verschrikkelijke, het phantastische, het geraasmakende, het kleurenrijke, en den zegevierenden krijgsheld niet hield voor den edelsten en gelukkigsten der menschen. Kracht, ziedaar wat we eeren en wat we zoeken. Kracht is er

Sluiten