Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien de uitverkorenen, in het Verbond geboren, reeds van de geboorte af aan wedergeboren zijn, zoo is hiermede dit gezegd, dat hun behoudenis, n.1. hun al of niet behouden worden, — de zaak geheel beschouwd naar de zijde des menschen, — reeds beslist is, als zij onder het gehoor des Woords komen. Voor ons eigenlijk behouden worden, heeft de dienst des Woords en der Kerk géén beteekenis!

Het is niet waar, dat men dezèlfde tegenwerping zou kunnen inbrengen tegen de leer der eeuwige uitverkiezing. Want wel ligt de behoudenis der uitverkorenen in die uitverkiezing van eeuwigheid vast, en is hun behouden worden daar reeds beslist, in tegenstelling met de ènderen, wier niet-behouden worden eveneens van eeuwigheid beslist is. Maar daarom heeft dat alles wat daarop geschiedt ter uitvoering van dat besluit nog wel beteekenis, en is absoluut noodzakelijk, noodzakelijk juist óm dat besluit. Want zonder dat alles wat tot de uitvoering noodig was, ook in den tijd te doen uitkomen en en te doen geschieden, zou het besluit niet kunnen vervuld worden. En niet het besluit brengt de dingen tot stand, niet het besluit bewerkt de verlossing, maar alleen Gods machtWoord, dat naar het besluit nu ook door middelen, mede in dat besluit bepaald, de besloten zaken, hier: de behoudenis der uitverkorenen, in de werkelijkheid overleidt.

En nu is onze grieve tegen het door ons tot nu bestreden leerpunt dit, dat er uit volgt, dat het in beginsel deelachtig worden van de verlossing in Christus, plaats vindt niet door middel van het Woord, gelijk het uitwendig en hoorbaar gebracht wordt, maar zónder dat Woord en vóór dat Woord en dus door den Geest alleen; m. a. w., dat, van 's menschen zijde gezien, het èl of niet behouden worden van een niet terstond stervende, aireede beslist is, en wat het beginsel der zaak betreft in zijn gemoed uitgewerkt, of vastgesteld, vóór de prediking des Woords hem bereikt. Het uitwendige Woord kan hier dus geen zaad der wedergeboorte meer zijn, heeft voor zijn eigenlijke behoudenis op zich zelf geen de minste beteekenis. Dèt is het ópvallende gevolg van deze leer, hetwelk wèl goed overwogen behoort te worden.

Sluiten