Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, en naar die mate zal in leven en gedachten, woorden en werken, in het menschelijk leven over zijn gansche lengte en breedte, indringen de waarheid Gods, niet slechts die in de natuur reeds gegeven is, maar, — hoewel ook déze, door de Schrift verhelderd, — die bizondere en nadere en dus hóógere en inniger, openbaring en Naam Gods, die het bizonder eigendom is der Kerk en die dus daar alleen het menschelijk leven, voeden en vormen en heerlijker maken kan. Ontkennen willen wij overigens hiermede niet dat er op de grenzen van Christendom en Kerk toestanden kunnen bestaan, die in het heidendom op zijn best, niet voorkomen.

Zoo drukt dus, kan men zeggen, die openbaring Gods, die een openbaring is van God als den Drieëenige, hoe getrouwer aan haar wordt vastgehouden, op het leven zijn stempel. Het is de Christelijke stempel! Het leven wordt Christelijk, hoe meer en hoe zuiverder het waarlijk ingegaan is in die hoogere of Christelijke Godsopenbaring. Hoe zuiverder belijden of: hoe zuiverder en helderder de Naam des Drieëenigen schijnt op het pad, — hoe zuiverder leven: de godsdienst is de grondslag, van alles. Zóó zijn godsdienst, zóó de mensch. Of anders: zóó de openbaring Gods, waarin zijn leven geplant is — zóó dat leven, zóó die mensch, en wel in de eerste plaats in zijn, in engeren zin gesproken, kerkelijk en godsdienstig leven, en van lieverlede óók wat betreft de andere terreinen van het menschelijk leven. Want toch dat menschelijke leven is één, en het is niet mogelijk het eene stuk geheel buiten invloed van het andere te laten.

Nu is de Christelijke Doop naar Matt. 28:19 een overgang u i t de algemeene Godsopenbaring, die de wereld nog verlicht, uit dat lagere licht, en uit den natuurgodsdienst, waarin men tot nu toe leefde, — i n de heerschappij en sfeer van die bizondere en hoogere Godsopenbaring, i n dat helderder levenslicht, i n den waren Godsdienst, die vrucht daarvan is. Een overgang dus uit de wereld in de Kerk, uit de openbaring van God gelijk hij zich nog doet kennen ook aan hen die geheel buiten de Kerk staan, in het licht van den Naam Gods als den Drieëenige, dat is: in de Kerk Gods, alwaar alléén die Naam is, en die in en door dien Naam of openbaring bestaat.

Sluiten