Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs voortplanters, van de bizondere Godsopenbaring en van het uitwendige leven en den invloed der Kerk, Matt. 25:1—12, Hebr. 10 : 29, 2 Petr. 2 : 20—22.

Hoe die bloot uitwendige leden der Kerk dan ook mèt de anderen, tot de ééne Kerk, zóóals deze zich zichtbaar vertoont in de wereld, zijn sam e ngegroeid, is ons reeds duidelijk gebleken uit de gelijkenissen van Jezus, en gevoelen wij ook krachtig uit de tot zekere hoogte heiligende gemeenschap, welke de Schrift ook hun eenigermate toekent met de verborgenheden des geloofs, op welke dingen wij hier niet nogmaals behoeven in te gaan. Slechts op één zaak dient nog even gewezen te worden, en wel op de vroeger besproken plaats Ex. 29:42, 43. Door deze eri andere plaatsen hebben wij verstaan, hoe het toch was, dat Israël, hoewel in weerwil van de bestaande uitzonderingen, bloot uitwendig een volk Gods, toch heilig kon en moest geheeten worden. Dat was door de openbaring Gods, welke het in dien tijd deelachtig was, en in welke het met zijn uitwendig leven wandelde, en door welke het, evenals ook de Kerk van nü, onderscheiden was van het heidendom.

In de dagen des Nieuwen Test. echter is de Kerk deelachtig die bizondere en uitnemende openbaring der Goddelijke heerlijkheid, op nog veel duidelijker en milder wijze. De openbaring Gods is naar die mate dat zij klaarder of duidelijker is, ook meer uitstralende de heerlijkheid Gods, en zal in zoover ook krachtiger zijn tot vernieuwing, opheffing en heiliging. Dat die openbaring een genade-openbaring is, het was ook vroeger waar, maar die genade was vroeger als 't ware omsluierd. Zoo ook dat het wezen dier openbaring was de Drieëenige Naam Gods, het was nog maar zoo weinig uitkomende. En ook dit, hoe de genade en waarheid zouden worden, zoowel als die wording zelf, kon eerst de bizondere openbaring in een later stadium,verkondigen. Maar toch reeds die duistere openbaring der heerlijkheid Gods heiligde het volk, gelijk ook de tent der samenkomst en haar voorwerpen, in welke tent die openbaring als 't ware geconcentreerd was.

De bizondere openbaring Gods echter zooals wij die bezitten, staat niet alleen op haar hoogsten trap, maar is ook niet meer lokaal geconcentreerd. Integendeel, zij is in de H. Schrift overal, zoover

Sluiten