Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijvenden. Wij kunnen alleen weten, en wel door een waarachtige geloofsoefening, dat hun wedergeboorte bij God opZijn tijd, zéker is. En dit is het daarom dan ook, waarvan de Doop onzer kinderen ons gemoed, bij een oprecht geloovig aanvaarden en omhelzen daarvan, levendig en onbedriegelijk kan overtuigen. En de Heere zal het op Zijn tijd geven. Verder, en meer, dan wij in beginsel reeds weten, bij 's hemels licht door het Woord Gods, kan de Doop ons niet brengen. De Doop dient de waarheid Gods, en verzegelt die reeds in beginsel geweten waarheid, nu v a s t aan en in ons gemoed. Maar meer niet. En is dit niet genoeg?

En wat de dadelijke vrucht des Doops voor het kind zelf aangaat, het wordt, zoolang het niet wedergeboren werd, in zijn Doop krachtig van het Verbond Gods en de noodzakelijkheid van inwendige en hartgrondige vernieuwing vermaand. In den Doop bevestigt God door een zichtbaar teeken voor zijn oogen, dat het Verbond der genade, waardoor zoo velen en misschien ook van zijn naastbestaanden de eeuwige zaligheid zijn ingegaan, ook hem van Zijnentwege aangaat, en dat ook h ij daarin is, altans aireede naar zijn uitwendigen staat — opdat hij begeerig, in het gevoel van zijn innerlijke en geestelijke armoede en verlorenheid, zijn handen uitstrekke om dat ook te bezitten, niet betrekkelijkerwijze slechts en tot zekere hoogte, maar waarlijk en in den grond der zaak, en zooals al degenen die dat niet maar voor het uitwendige leven, maar ook in het verborgen en in hun hart hebben omhelsd en aanvaard. In den Doop erlangt de prediking en aanbieding van heil en genade en vergeving zijn hoogste kracht en zijn toppunt. Het vuur wordt hier nè aan de schenen gelegd!

Geve de Heere, dat velen de kracht van hun Doop leeren gevoelen, die nu nog buiten de ware en verlossende kracht van het Evangelie omwandelen, doch uitwendig in de gemeenschap dier weldaden verkeeren! O, dat hun oogen opengaan over de heerlijkheid die hen omringt, en dat zij, walgende van hun gedaante voor God, zich werpen in de armen des Verlossers, die hen aireede lang in zijn Verbond als van verre omhelsd heeft, — maar zij hebben tot nu niet gewild en zij hebben niet opgehouden

Sluiten