Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of meer aan Hem hield, als een v ij a n d van Hem en den dienst Gods, hoewel li ij ze allen kende, — dit deed Hij niet en leerde het Zijn discipelen ook niet doen. Alleen stelde Jezus Judas aan het einde van zijn leven in zijn ware gedaante ten toon, doch dit had een bizondere reden.

Neen, Hij was de wijnstok, de ware wijnstok, en H ij vergenoegde Zich een heelen nasleep van aanhangers, waarvan een droevig groot gedeelte Hem slechts naliepen om de teekenen en om de brooden. Hij getroost zich dit ongerief. Eu daarom mag de Kerk niet eigenwijs, verborgen in haar hart, met den wensch rondgaan om voor haar van dien ballast, kon men ze maar recht kennen, verlost te worden, — in dezen tijd n.1. reeds, nu het nog de tijd der genade, de welaangename dag, de dag der zaligheid is, en dus nog volstrekt niet de tijd om iemand ter verantwoording te roepen wat hij met de tot zekere hoogte verkregen genade gedaan heeft, om dan die ontrouw waren, te veroordeelen en uit te werpen.

Zoo stelt de Heere Jezus zich zelf voor in die gelijkenis in Joh. 15. De ware wijnstok staat te midden van deze wereld, voorzien met onvruchtbare zoowel als vruchtdragende ranken, beide prijkende met hun bladerendos. Die geen vruchten dragen neemt de hemelsche Landman weg, waarin ligt, dat hun eerst tijd moet gelaten óf ze ook nog ten slotte uit den wijnstok zulke levenssappen zullen trekken, die hun vrucht zullen doen vertoonen. Deze proeftijd wijst op den tijd dezes levens, den tijd der voortdurende lankmoedigheid Gods. Aan het einde daarvan worden ze, zoo ze volhard hebben in hun onbekeerlijkheid, door den Vader geheel buiten het verband met den edelen wijnstok gebracht, en ten vure gedoemd.

Waar zal de Kerk nu de vrijmoedigheid vandaan halen, om hen voor zich, aireede uit te bannen — neem dat er een weg was om hen te kennen, zooals Jezus hen reeds kende, en zooals de apostelen altans somtijds, iemand onfeilbaar kenden. Jezus zelf getroost Zich die personen. Zal de Kerk altans, hen dan niet gewillig dragen? Trou-

Sluiten