Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboren-zijn in het mannelijk geslacht, eischt de besnijdenis. Ja, reeds een zwakkere op natuurlijk terrein liggende verhouding tot, of gemeenschap met Abraham's geslacht, n.1. die welke in verzen 12 en 13 wordt beschreven, was voldoende om het besneden-zijn tot een stellige verplichting te maken. Al het mannelijke alzoo, dat uit Abraham of zijn nakomelingen was gesproten, of er ook slechts mede samenleefde, moest besneden worden.

Zoo strekt het teeken des Verbonds, hetwelk was het teeken van de besnijdenis des harten, zich uit over alles wat in uitwendigen zin tot Abraham of zijn zaad behoorde, of ook er mede verbonden was. De besnijdenis onderstelde het uitwendige, het uitwendig eenigzins behoorentot Gods volk.

Dat nu, — in weerwil daarvan dat de eigenlijke „uitstorting" des H. Geestes aireede heeft plaats gevonden, en de gave der wedergeboorte sinds dien stond ruimschoots is geschonken, — toch de Nieuwtestamentische bedeeling in meer dan één opzicht niet die volslagen ommekeer medebracht, dat, wat betreft de onderstelling van de bediening van het Verbondsteeken, deze Nieuwe bedeeling lijnrecht zou staan, tegenover de Oude, — dit hebben wij vroeger reeds overvloedig toegelicht.

Sluiten