Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou men immers het sacrament als zoodanig vernietigen. Want dit is toch zeker, men moge sterk het onzichtbare het sacrament noemen, men doet het toch alleen waar het in verbinding treedt met hetgeen wij van ouds g ew o o n zijn, ook naar de Geref. belijdenis Art. 34 midden, het sacrament te noemen. Het teeken werkt dus. Het middel blijft middel. Het bekleedt bij de werking en tot de werking een zekere plaats. Het gaat niet om dit los te laten. Maar de vraag is : werkt het langs organisch-redelijken, óf langs magischen weg ? Den weg des werkenden en in zich opnemenden en ontvangenden bewustzijns heeft men gesloten. Er blijft dan niet anders open, wat betreft de hoofdwerking van het sacrament, dan een werking opere operato, een werking door de uitwendig volbrachte handeling, een werking op magische wijze dus. Op die wijze doet Gods Geest het dan. Op welken Bijbelschen en vertrouwbaren grond ? Of ook, men wil misschien, dat God er zich bloot op mechanische wijze bij aansluit, en Zijn g e e s t e 1 ij k e werking enkel met het uitwendige teeken of middel laat gepaard gaan, zoodat het middel als zoodanig geheel ophoudt dit te zijn. Doch ook hier is de rechtmatige vraag: waar de Bijbelsche en vertrouwbare grond ? God gebruikt toch zijn uitwendige openbaring s-middelen nergens om er nevens te werken, — maar er dóór te werken, door de uitwendige waarneming er van heen, i n het hart. Er is een vaste Bijbelsche grond noodig, om tot dergelijke sterke afwijkingen van den weg, te komen.

Om nu op haar bezwaren verder in te gaan, zegt de Friesche Kerkbode dat wij, eenzijdig het subjectieve in den Doop vooropstellende, de „objectieve werkelijkheid en zekerheid" te na komen, gelijk wij dan ook geloovige ouders met het oog op hun vroeg wegstervende kinderen geheel verwijzen naar „het terrein van het subjectieve".

Sluiten