Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar statig hangt neer de zware vlecht

Van Elze, tot haast de heupen; Ze ontstrikt en plooit de golvingen recht Die de droplen dra weer kreuken.

En Anni heeft krullen; zoo sierlijk gelegd

Ter wederzij der schouderen;

Zij lacht maar zoo menigmaal Elze zegt: O Anni de krullen verouderen!

Maar fijn en zacht en zijachtig blond Dat hebben wel de allerkleinsten; Die schudden geen krullen, geen vlechten rond Van eenvoud stellig de reinsten.

Zij wandien gearmd, de neusjes omhoog,

De hoofdjes naar achtren gebogen, En juichen van pret bij elk dropje dat vloog Langs haren en voorhoofd in de oogen.

Hoe somber zien Dien en Geerte; hoe droef

En strak staan hunne trekken, —

Zij dragen het hair als jongens stroef En kort geknipt in de nekken.

Sluiten