Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

Ik weet niet wat ik zeggen zal,

Want in mij juicht er schalmeiendOp, telkens weêr, na zachten val, Een wonderbaar tal

Van liederen, ieder verblijend .. .

Zingt er een vogel dan in mijne ziel, Een vogel, gedachtvol fluitend . . . ? Een vogel zelf is mijne ziel,

Die, hoe zij ook viel,

Weer in liederen rees, opspuitend.

^eg. gij, vogel, o zeg, mijn hart, Dat maar telkens is opvliegend De lucht in, daar 't wordt afgesard Door menschen, hard,

In de kleinste dingen bedriegend.

Zeg, mijn hartje, wat woudt gij wel,

Dat maar vliegt aldóór in den ronde? Nog aldoor drijven 't zelfde spel, Zoo vreemd, ach! fel,

Zonder eenige zeek're konde?

Sluiten