Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERMAN GORTER.

DE DOOD VAN MEI.

Zóó als een bloem van zomerrood, papaver;Rustig vol rood staat, midden in gedaver Van zonnevuur dat valt den grond in stuk En smoort en schroeit het gras: maar zijn geluk Blijft even groot: hij laat zijn roode vaan Wapp'ren op wind of in de zon stilstaan Zóó stond ze in het grootst en stilst genot, Het onbegrepen', in den gloed van God Den Vader, en hield recht het hoofd omhoog, Haar armen stil, terwijl niets óverwoog.

En teer begon het hoofd over te neigen Toen 't volste uur gevuld was, en te zijgen De wimpers droom'rig neer, heel langzaam aan. En teeder bleeker werd ze, af en aan Voer bleek en rood op hare moede handen. Nevel van goud week uit, uitzettend wanden En walleschansen licht en medenemend

Sluiten