Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook Paul gedachtenloos of liever vol gedachten staarde.

't Eenige verschil was, dat tegenover juffrouw Emma's woning een oude vervallen schuur met verflooze vermolmde deur door den regen werd besproeid terwijl de Rovincks op een winkeltje met schoenen, snoepgoed, manufacturen enz. keken.

„Ik verkies niet dat je vandaag naar de Kralingens gaat. Je bent er of je komt er. Van den zomer was je zoo druk bij de Rovincks .. .. "

„O ja, tot uw ergernis, nu kom ik er veel minder en nu is 't ook niet goed. U gunt mij niets, U zal niet tevreden zijn vóór ik de tering krijg en dan dood ga. Ik wou dat het spoedig gebeurde, ik heb toch niets aan mijn leven, niets !"

,Schei uit met die malle praatjes, die wil ik niet in mijn huis hooren. Je wordt hoe langer hoe ontevredener sedert je zoo druk bent met dat volk op 't Hoefijzer. Ik had nog liever dat je chaud was met de Rovincks. Dat zijn tenminste brave katholieken, maar die mijnheer Van Kralingen is protestant en mevrouw komt ééns in de week in de kerk en dan nog een kwartier te laat."

„Zij is ten minste lang niet zoo liefdeloos als u tegen een arme wees" zeide Irene verbitterd en toen haar armen opstekend riep zij wanhopig uit. „Ik houd het hier niet langer uit, ik stik van benauwdheid terwijl ik ril van de kou."

Koud was 't wel bij tante Emma, want uit vrees dat de kachel rood zou worden en de bloembollen in de glazen te hard opschoten, werd er nooit goed gestookt tante zat met een wollen pélerine om en had een gloeiende stoof onder de voeten en zoo tartte zij al breiend de koude.

Sluiten